Amsterdam · 21 september 2026
Eis tot schadevergoeding voor mogelijke dwangarbeid in kloosters verjaard

Het gerechtshof Amsterdam deed vandaag uitspraak in de zaak van een aantal vrouwen tegen een kloosterorde, over arbeid die zij vroeger in hun jeugd verrichtten in kloosters. De rechtbank oordeelde eerder dat hun zaak niet kon worden behandeld, omdat die was verjaard. Het hof komt tot hetzelfde oordeel en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Schadevergoeding
De zaak gaat over vrouwen die in hun jeugd in kloosters verbleven in de periode van 1951 tot 1979. Zij moesten daar arbeid verrichten en stellen dat sprake was van dwangarbeid. Volgens de vrouwen heeft de kloosterorde daardoor onrechtmatig gehandeld en is de kloosterorde aansprakelijk voor de schade die zij daardoor hebben geleden en nog lijden. Zij eisen schadevergoeding. De rechtbank wees hun vorderingen af omdat deze waren verjaard. De vrouwen gingen daartegen in hoger beroep.
Zaak verjaard
In hoger beroep stond centraal of de zaak van de vrouwen toch nog inhoudelijk konden worden behandeld. Het hof begrijpt de ingrijpende gevolgen die het verblijf in de kloosters voor de vrouwen heeft gehad. Ook heeft het hof gezien dat volgens een onderzoek de arbeid kan worden aangemerkt als dwangarbeid en dat de kloosterorde spijt heeft betuigd. Toch komt het hof tot het oordeel dat de zaak is verjaard. De wet kent daarvoor een objectieve verjaringstermijn van 20 jaar. Die termijn begint te lopen zodra de schade ontstaat. In dit geval is dat direct nadat de vrouwen voor het laatst arbeid in de kloosters hebben verricht.
Doorbreken verjaring
Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan verjaring worden doorbroken. Daarvoor moet sprake zijn van een situatie waarin schade lange tijd verborgen is gebleven, zodat feitelijk nooit een mogelijkheid bestond om naar de rechter te stappen. Volgens het hof is daarvan hier geen sprake. De vrouwen wisten destijds dat zij arbeid moesten verrichten en dat zij daarvoor weinig of niet werden betaald. Ook hebben zij uiteengezet welke gevolgen het verblijf in de kloosters voor hen heeft gehad. Hun situatie was onmiskenbaar uitzonderlijk en ingrijpend, maar niet een ‘uitzonderlijke’ situatie in de zin die de Hoge Raad vereist om verjaring te doorbreken.
Ook als lang verborgen is gebleven dat die arbeid onrechtmatig was, is dit geen reden om de verjaring te doorbreken. Het gaat er niet om dat de vrouwen pas later wisten dat het onrechtmatig was, maar om de vraag of het handelen zelf verborgen was. Dat was hier niet zo, omdat de vrouwen de arbeid zelf hebben verricht en dus wisten wat er feitelijk gebeurde. Dat die handelswijze later als onrechtmatig of als dwangarbeid is gekwalificeerd, maakt dat niet anders.
Uitspraak
Het hof komt daarom tot de conclusie dat er geen uitzonderlijke situatie is waarin de objectieve verjaringstermijn kan worden doorbroken. Daardoor kan het hof de eis tot schadevergoeding niet inhoudelijk behandelen.
Een link naar het arrest volgt zo spoedig mogelijk onder dit bericht.
Bron: rechtspraak.nl