Juridische begrippen
Uitspraken staan vol vakjargon. Hier leggen we de begrippen uit die u op deze site tegenkomt: soorten procedures, wat een hogere rechter met een uitspraak deed, en wie welke zaken behandelt.
A
- Artikel 80a RO
- De Hoge Raad verklaart een cassatieberoep niet-ontvankelijk, omdat het belang te klein is of de klachten duidelijk niet kunnen slagen.
- Artikel 81 RO
- De Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.
B
- Bekrachtiging
- De hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.
- Beschikking
- Een beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.
- Bestuurlijke lus
- De bestuursrechter geeft de overheid de kans een fout in een besluit te herstellen, zodat het geschil in één keer kan worden beslecht.
- Bodemzaak
- De gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.
C
- Cassatie
- Het laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.
- Cassatie in het belang der wet
- De procureur-generaal bij de Hoge Raad legt een rechtsvraag voor om duidelijkheid te krijgen; voor de partijen verandert er niets.
- Centrale Raad van Beroep
- De hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- De hoogste bestuursrechter voor economisch bestuursrecht, zoals mededinging, telecom, energie en landbouw.
- Conclusie A-G
- Een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.
- Conservatoire maatregel
- Een maatregel om iets veilig te stellen voordat de rechter beslist, zoals conservatoir beslag op geld of goederen.
E
- ECLI
- Het unieke nummer van een gepubliceerde uitspraak, bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2019:1220.
- Eerste aanleg
- De eerste rechter die een zaak behandelt, meestal de rechtbank.
- Eerste en enige aanleg
- Er is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.
- Enkelvoudige kamer
- De zaak is behandeld door één rechter.
G
- Gegrond of ongegrond
- Gegrond: de rechter geeft de indiener gelijk. Ongegrond: de rechter wijst het beroep of bezwaar af.
- Geheimhoudingsbeslissing
- De bestuursrechter beslist of bepaalde stukken alleen voor de rechter mogen blijven, en niet voor de andere partij.
- Gerechtshof
- De rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.
- Gevolgd of contrair
- ‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.
H
- Herroeping
- Een definitief civiel vonnis wordt teruggedraaid, omdat het berust op bedrog, valse stukken of achtergehouden stukken.
- Hersteluitspraak
- De rechter verbetert een kennelijke vergissing, zoals een typ- of rekenfout, in een eerdere uitspraak.
- Herziening
- Een onherroepelijke uitspraak wordt opnieuw bekeken, omdat er nieuwe feiten zijn die de rechter niet kende.
- Hoge Raad
- De hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.
- Hoger beroep
- Een hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.
- Hoger beroep kort geding
- Het gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.
I
- Inhoudsindicatie
- Een korte samenvatting van de uitspraak, geschreven door de rechtspraak zelf.
K
- Kantonrechter
- Een rechter bij de rechtbank voor onder meer arbeidszaken, huurzaken, consumentenzaken en vorderingen tot € 25.000; u hebt er geen advocaat nodig.
- Kort geding
- Een snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.
L
- LJN
- Het oude Nederlandse nummer van een uitspraak (twee letters en vier cijfers), gebruikt tot 2013. Het is opgevolgd door de ECLI.
M
- Meervoudige kamer
- De zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.
- Mondelinge uitspraak
- De rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.
N
- Netherlands Commercial Court
- Een Engelstalige handelskamer van de rechtbank (NCC) en het gerechtshof (NCCA) in Amsterdam voor internationale handelsgeschillen.
- Niet bevoegd
- De rechter vindt dat hij niet de juiste rechter is om over deze zaak te beslissen.
- Niet-ontvankelijk
- De rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.
O
- Op tegenspraak
- Beide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.
P
- Parket bij de Hoge Raad
- Het onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.
- Politierechter
- Eén strafrechter bij de rechtbank voor eenvoudige strafzaken; hij kan maximaal een jaar gevangenisstraf opleggen.
- Prejudiciële vragen
- Een rechter legt een rechtsvraag voor aan een hogere rechter – zoals het Hof van Justitie van de EU of de Hoge Raad – om een zaak te kunnen beslissen.
- Proces-verbaal
- Het schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.
- Proceskostenveroordeling
- De partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.
R
- Raad van State
- De hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.
- Raadkamer
- Een zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.
- Rechtbank
- De rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.
- Rechter-commissaris
- Een rechter die toezicht houdt, bijvoorbeeld op een strafrechtelijk onderzoek of op de curator in een faillissement.
- Rekestprocedure
- Een procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.
S
- Schadevergoedingsuitspraak
- De bestuursrechter beslist over vergoeding van schade door een onrechtmatig besluit, of door een te lange procedure.
- Sprongcassatie
- De partijen slaan het hoger beroep over en gaan meteen van de rechtbank naar de Hoge Raad.
T
- Toewijzing of afwijzing
- Toewijzing: de rechter geeft de eisende partij wat zij vraagt. Afwijzing: de rechter weigert dat.
- Tussenbeschikking
- Een tussenstap van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, voordat de eindbeslissing valt.
- Tussenuitspraak
- De rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.
V
- Vereenvoudigde behandeling
- De bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.
- Vernietiging
- De hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.
- Verschoning
- Een rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.
- Versnelde behandeling
- De rechter behandelt een spoedeisende zaak sneller, met kortere termijnen.
- Verstek
- De gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.
- Verwijzing na Hoge Raad
- Na vernietiging door de Hoge Raad behandelt een ander gerechtshof de zaak opnieuw, met inachtneming van het oordeel van de Hoge Raad.
- Verzet
- Een rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.
- Vindplaats
- Waar een uitspraak ook in een vaktijdschrift is gepubliceerd, bijvoorbeeld NJ 2019/123. ‘m.nt.’ betekent: met een noot (commentaar) van een deskundige.
- Vonnis, arrest en uitspraak
- Een vonnis is een beslissing van de rechtbank, een arrest die van een gerechtshof of de Hoge Raad. ‘Uitspraak’ is de verzamelnaam.
- Voorlopige voorziening
- Een tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.
- Voorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)
- De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.
- Voorzieningenrechter
- De rechter die snel beslist in spoedeisende zaken: kort gedingen en voorlopige voorzieningen.
W
- Wraking
- Een partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.