Zutphen · 1 oktober 2026
Man uit Urk veroordeeld voor opzetaanranding

De rechtbank veroordeelt een 58-jarige man uit Urk voor het opzettelijk aanranden van een 18-jarige jongen. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 20 maanden op, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarbij legt de rechtbank een beroepsverbod op voor de duur van 5 jaar voor het werken in de jeugdzorg.
De man is schuldig aan opzetaanranding van de jongen in een rijdende auto, terwijl hij geen kant op kon. Ondanks dat het slachtoffer meerdere keren ‘stop’ zei en bevroor, ging de man gewoon door. Hij ging zelfs nog een stap verder door de auto te parkeren, de deuren van de auto op slot te doen en nog ingrijpendere seksuele handelingen te verrichten.
Betrouwbaarheid en steunbewijs
De man ontkende op de zitting zijn handelingen. De rechtbank vindt dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer te twijfelen. Het slachtoffer verklaarde meerdere keren consistent en gedetailleerd over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden. De rechtbank vindt zijn verklaringen dan ook bruikbaar als bewijsmiddel. De verklaringen van het slachtoffer worden verder op specifieke onderdelen ondersteund door de getuigenverklaringen van zijn opa en het whatsappbericht dat het slachtoffer hem, vlak nadat het was gebeurd, stuurde. Uit de verklaringen van opa volgt dat het slachtoffer duidelijke emoties laat zien als hij over de seksuele handelingen vertelt die de man bij hem heeft verricht. Deze emoties staan in rechtstreeks verband met de verklaring van het slachtoffer, omdat hij deze toont als hij over de seksuele handelingen die de man bij hem heeft verricht vertelt en hij zich duidelijk anders gedroeg dan normaal gesproken.
Bepaling hoogte straf
De man maakte een grote inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Wat het nog kwalijker maakt is dat de man lange tijd de jeugdcoach van het slachtoffer is geweest en dat hij nog altijd een vertrouwensband met hem had. Hier maakte hij op een grove wijze misbruik van. Het slachtoffer heeft verklaard dat zijn vertrouwen ernstig is beschadigd. Niet alleen in de man, maar ook in andere hulpverleners en begeleiders. Hij is jong en heeft nog altijd hulp nodig, maar door wat er is gebeurt durft hij de mensen die hem willen helpen niet langer te vertrouwen. Ook heeft hij nog altijd herbelevingen en slaapt hij slecht.
Gelet op de ernst van het delict is het uitgangspunt dat een flinke onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. De rechtbank zal als bijkomende straf een beroepsverbod aan de man opleggen, wat inhoudt dat het hem niet is toegestaan voor een periode van vijf jaar een beroep in de jeugdzorg uit te oefenen.
Verplichte behandeling noodzakelijk
De man wilde geen inzicht geven in zijn handelen en nam geen verantwoordelijkheid. Hij komt als jongerencoach en pleegouder van een minderjarige zoon nog steeds in contact met jongeren en de rechtbank is van oordeel dat dit een onaanvaardbaar risico vormt. Verder vindt de rechtbank het van belang dat hij zich verplicht laat behandelen, zoals door de reclassering geadviseerd. Zij zal daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar passend. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat het van belang is dat deze meteen ingaan.
Schadevergoeding
Tot slot moet de man een schadevergoeding van ruim 6.600 euro betalen aan het slachtoffer.
Bron: rechtspraak.nl