Alle nieuws

Den Haag · 20 oktober 2026

Rotterdams raadslid moet uitlatingen over ondernemer rectificeren

Beeld: Rechtspraak

Een Rotterdams raadslid van PRO heeft in een interview over een attractiepark in Rotterdam op 22 april 2026 en in een interview op een YouTube-kanaal op 26 augustus 2026 onrechtmatige uitlatingen gedaan over een ondernemer die eigenaar is van het park. Dat volgt uit een uitspraak van de voorzieningenrechter in een kort geding. Het raadslid moet op zijn Instagram- en LinkedIn-kanaal een rectificatie plaatsen.

Het geschil

Het attractiepark, dat op de locatie ligt van het nooit geopende attractiepark Rivoli, werd op 21 juli 2026 geopend voor publiek. De ondernemer wil hier een plek creëren waar kinderen prikkelarm kunnen spelen en leren. De grond van het attractiepark is van de gemeente Rotterdam en in erfpacht uitgegeven. Het erfpachtcontract loopt tot eind 2030.

In een radio-uitzending van 22 april 2026 van Rijnmond, zei het raadslid van PRO onder meer dat de ondernemer de Samaritaan speelt, maar 'gewoon een spijkerharde speculant is', dat de ondernemer op de grond peperdure huizen wil bouwen, het hem puur om het geld te doen is en hij net doet of hij het voor de kinderen doet. Op het YouTube-kanaal Pretparkuur zei het raadslid dat de ondernemer heeft geprobeerd met donaties politieke partijen om te kopen.

Kort geding

In dit kort geding vordert de ondernemer dat het raadslid binnen 24 uur na het wijzen van het vonnis een rectificatie publiekelijk maakt door een persbericht te sturen naar media-bedrijven en voor de duur van zes maanden een bericht te plaatsen op zijn eigen Instagram- en LinkedIn-kanaal. Ook wil hij dat het raadslid wordt verboden zonder feitelijke grondslag bepaalde uitlatingen te doen. Dit alles op straffe van een dwangsom van 17.500 euro per overtreding.

Oordeel voorzieningenrechter

In dit geschil staan twee fundamentele rechten tegenover elkaar. Aan de ene kant het recht op vrijheid van meningsuiting van het raadslid en aan de andere kant het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de ondernemer, waar het recht op bescherming van de goede naam/reputatie onder valt. Beide rechten zijn even belangrijk. Om te beoordelen of het raadslid met zijn uitlatingen te ver is gegaan, moeten de belangen van de ondernemer en het raadslid worden gewogen. Bij die weging houdt de voorzieningenrechter onder meer rekening met de aard van de uitlatingen, de ernst van de verwachte gevolgen, de feitelijke juistheid van de uitlatingen en het gegeven dat het raadslid als politicus krachtige bescherming geniet. 

De voorzieningenrechter oordeelt dat uitlatingen die het raadslid heeft gedaan in het radio-interview van Rijnmond onrechtmatig zijn. De feitelijke onderbouwing van deze uitlatingen ontbreekt. Er zijn geen aanwijzingen dat de ondernemer van plan is om na 2030 peperdure huizen op de locatie van het attractiepark te ontwikkelen. Ook weerspreken de handelingen van de ondernemer na april 2026 dat het hem puur om het geld gaat en dat hij net doet alsof hij het voor de kinderen in de wijk doet. De rechter wijst in dit verband onder meer op het feit dat kinderen uit Rotterdam-Zuid gedurende een bepaalde periode gratis naar het park konden. De voorzieningenrechter benadrukt dat het raadslid zich in het publieke debat veel kan veroorloven, ook tegenover de ondernemer die zich in het publieke debat over de grond van het pretpark mengt. Er geldt echter wel een grens. Het raadslid brengt zijn uitlatingen als feiten en niet als zijn persoonlijke mening. Zonder feitelijke onderbouwing wordt de ondernemer in een kwaad daglicht gesteld doordat hij ervan wordt beschuldigd geen eerlijke intenties te hebben waardoor de ondernemer in zijn eer en goede naam wordt aangetast en schade leidt.

De voorzieningenrechter oordeelt tot slot dat het raadslid in het YouTube-interview de ondernemer ten onrechte beschuldigde van ambtelijke omkoperij. Het raadslid had daarover zelf al aangegeven dat hij inziet dat zijn uitlatingen op dit punt niet helemaal scherp waren.

Beslissing

De voorzieningenrechter beslist dat het raadslid onrechtmatige uitlatingen heeft gedaan over de ondernemer in het radio-interview en in het YouTube-interview. Hij moet binnen 72 uur een rectificatie plaatsen op zijn Instagram- en LinkedIn-kanaal. Deze rectificatie zal minder ruim geformuleerd zijn dan het voorstel van de ondernemer omdat de vrijheid van meningsuiting van het raadslid hierdoor te ver zou worden inperkt.

De voorzieningenrechter legt geen verbod op aan het raadslid om zonder feitelijke grondslag bepaalde uitlatingen te doen, zoals de ondernemer heeft gevorderd. Van een volksvertegenwoordiger mag worden verwacht dat hij zich aan de wet houdt. Ook legt de rechtbank geen dwangsom op van 17.500 euro. De rechter sluit niet uit dat dit hoge bedrag onbedoeld belemmerend kan werken voor het publieke debat over de grond waarop het attractiepark is gebouwd en bovendien geldt ook hier dat het raadslid als volksvertegenwoordiger geacht mag worden zich aan de veroordeling te houden.

Uitspraken in dit bericht

Bron: rechtspraak.nl