Alle nieuws

Rechtbank Noord-Holland · 6 maart 2014

Vrijspraak en celstraffen in megazaak Athena

Op 6 maart 2014 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de zaken tegen 18 verdachten in de

Begin november 2012 zijn vijf verdachten aangehouden, waaronder twee personen die volgens het Openbaar Ministerie waren ingehuurd om de moord te plegen. In november 2012 volgden meer aanhoudingen. Hoofdverdachte Q. werd in april 2013 op Curaçao aangehouden en overgebracht naar Nederland.

In het onderzoek Athena hebben vrijwel alle verdachten zich op hun zwijgrecht beroepen. Voor de bewijslevering heeft de rechtbank daarom moeten beoordelen of het grote aantal in het dossier opgenomen ping- en tapgesprekken aan de verdachten waren toe te schrijven. Daarnaast was sprake van versluierend taalgebruik zodat de rechtbank heeft moeten beoordelen of de gesprekken desondanks bruikbaar bewijs opleverden.

Tegen Q. heeft de officier van justitie een celstraf van 15 jaar geëist. Hij werd door het OM, op grond van pinggesprekken, gezien als opdrachtgever. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat niet met voldoende zekerheid is vast te stellen dat hij die pinggesprekken heeft gevoerd. De rechtbank heeft hem daarom vrijgesproken.

Ten aanzien van de andere hoofdverdachte A., heeft de rechtbank bewezen verklaard dat hij betrokken was bij de voorbereiding van de liquidatie. De rechtbank heeft overwogen dat de wijze van opereren blijk gaf van een hoge mate van koelbloedigheid en dat krachtig dient te worden opgetreden tegen (voorbereiding van) liquidaties in het criminele circuit. Daarnaast is hij schuldig bevonden aan het invoeren van cocaïne en het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe. Ook acht de rechtbank bewezen dat hij een mededader heeft gedwongen zijn auto af te staan en dat hij lid is geweest van een criminele organisatie. Aan A. is een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar opgelegd.

De rechtbank heeft H. en J. ieder een gevangenisstraf opgelegd van 8 jaar voor het met anderen voorbereiden van een liquidatie en wegens wapenbezit. De rechtbank acht bewezen dat zij naar Nederland zijn gereisd om de moord op enig moment uit te voeren.  

Zeven andere verdachten in het onderzoek Athena zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van vijf jaar tot werkstraffen in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraffen. Zij zijn schuldig bevonden aan betrokkenheid bij concrete cocaïnetransporten, het treffen van voorbereidingen tot het invoeren van cocaïne, al dan niet in combinatie met het lidmaatschap van een criminele organisatie, of het aanwezig hebben van een hennepkwekerij. Het voordeel dat volgens de rechtbank met de hennepkwekerij is genoten heeft de rechtbank bij twee verdachten ontnomen, zij dienen elk een bedrag van € 22.717,82 te betalen.

De rechtbank heeft tot slot vier verdachten vrijgesproken van alle beschuldigingen. Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig waaruit hun betrokkenheid blijkt.

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)