21 maart 2014
‘Boodschap niet makkelijk? Dan is waarde wetenschappelijk onderzoek het grootst’
De Rechtspraak durft onvoldoende te leren van haar fouten. Dit zei rechterlijk lid van de Raad voor de rechtspraak Kees Sterk gisteren tijdens de dag van Rechtspraak & wetenschap in Utrecht. “Zeker nu we voor grootschalige veranderingen en vernieuwingen staan, kunnen we soms meer leren van wat er niet goed ging, dan wat er wel goed ging”, aldus Sterk. De studiedag (met vijf workshops en een forumdiscussie) stond in het teken van de meerwaarde van wetenschappelijk onderzoek voor de Nederlandse Rechtspraak. Volgens Kees Sterk laat wetenschappelijk onderzoek de Rechtspraak zien of intuïtie en ervaring rechters op de juiste koers houdt, of er soms van doet afwijken. “Want niet zelden is meerwaarde van onderzoek dat het aantoont dat de werkelijkheid net iets anders is dan wat intuïtief wordt aangenomen.”
Kees Sterk opent de dag.
WeerstandVoormalig raadsheer bij de Hoge Raad Sterk bespeurt binnen de Rechtspraak wel eens weerstand tegen wetenschappelijk onderzoek, maar dat ligt volgens hem niet aan durf om te falen, volgens Sterk essentieel om de Rechtspraak bij de tijd te houden, maar aan de tijd die onderzoek vraagt en het overwinnen van psychologische barrières als het verstandig lijkt om de ingezette koers af te wijken. “Maar juist als de boodschap niet zo gemakkelijk is, is de waarde van onderzoek wel het grootst”, aldus Sterk. Hij riep de aanwezige (rechts)wetenschappers in Utrecht op uiteen te zetten hoe de waarde van empirisch onderzoek voor de Rechtspraak kon worden verbeterd en daarbij geen blad voor de mond te nemen.
Forumdiscussie. V.l.n.r.: Nick Huls, hoogleraar rechtssociologie Rotterdam en Leiden; Martin Holierbroek, teamvoorzitter familie en jeugd, rechtbank Zeeland-West-Brabant; Suzan Verberk, wetenschappelijk adviseur Raad voor de rechtspraak; Peter Nihot, afdelingsvoorzitter bestuursrecht rechtbank Midden-Nederland; Ben Vollaard, universitair docent economie, Universiteit Tilburg.
SchokkendTijdens de forumdiscussie werd ingegaan op één van de ‘ongemakkelijke’ onderzoeksresultaten die tijdens een workshop eerder waren gepresenteerd. Hoogleraar Bert Marseille van de Rijksuniversiteit Groningen lichtte daar zijn onderzoek toe over korte en effectieve kantoncomparitie (in een civiele procedure roept de rechter de partijen op tot het aangaan van een schikking en/of om een toelichting te geven), waaruit blijkt dat het mensen niets uitmaakt of zij nu door een welwillende of een strenge rechter worden bejegend. “Een schokkend onderzoeksresultaat”, aldus president van het Amsterdamse gerechtshof en discussieleider Herman van der Meer. “Dit kon niet waar wezen, waarschijnlijk omdat dit resultaat ons niet beviel”, vulde afdelingsvoorzitter bestuursrecht bij de rechtbank Midden-Nederland Peter Nihot aan. Hij zat in de begeleidingscommissie van het onderzoek. Tegelijk is dergelijk onderzoek volgens bestuursrechter Nihot ‘een motor tot vernieuwing en biedt het ons de tijd voor reflectie.’
ImmuunMaar wat kan en doet de Rechtspraak met dat ‘verstoorde’ beeld van de ideaaltypische comparitie, vroeg gerechtshofpresident Van der Meer aan het forum. Volgens hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden Nick Huls doet het de Rechtspraak bitter weinig, ‘want rechters zijn immuun voor wetenschappelijk onderzoek’. Dat het onderzoek níet bevestigde dat de faciliterende lijn alleen maar tot meer klanttevredenheid kon leiden, was voor Van der Meer nu juist de waarde van het onderzoek. “Wetenschap en rechtspraak confronteren elkaar weleens. Daar moeten we niet bang voor zijn. We denken dat we er last van krijgen, maar we moeten de onderzoekers behulpzaam zijn en ervoor zorgen dat de onderzoeksresultaten breed worden bediscussieerd.”
Een van de workshops. Deze staat onder leiding van hoogleraar Mirko Noordegraaf.
MediabelangstellingHet forum boog zich tijdens de Dag van Rechtspraak & wetenschap ook over de stelling van hoogleraar rechtspleging en rechterlijke organisatie in Utrecht Philip Langbroek dat ‘mediabelangstelling leidt tot moraliserende motiveringen’. Langbroek voerde een kwantitatief onderzoek uit naar teksten van vonnissen. Zijn onderzoeksopdracht sloot gesprekken met rechters of advocaten uit. Langbroek constateerde in de workshop over zijn motiveringsonderzoek dat rechters in hun uitspraakteksten ‘het publiek of partijen niet echt bedienen’. “Of het zou moeten gaan om de moraliserende overwegingen in uitspraken in zaken met mediabelangstelling. Daarvan is voorstelbaar dat zij als handreiking naar het algemeen publiek beoogd zijn. Maar rechters geven juist aan dat zij proberen niet te moraliseren in hun uitspraken.”
ManoeuvrerenDe rechtspraak heeft verschillende publieken, maar rechters schrijven volgens de Utrechtse hoogleraar Langbroek vooral voor professionele juristen en voor elkaar. Langbroek: “Het lijkt erop dat bij het schrijven van uitspraken vooral de inscherping van de zaak voor de schrijver van de uitspraak van belang is. Impliciete verwijzingen naar juridische standaarden worden bij de lezers bekend verondersteld.” Zijn motiveringsonderzoek illustreert volgens Langbroek dat het voor rechters lastig manoeuvreren is tussen juridische zorgvuldigheid en het overdraagbaar maken van de redengeving voor een beslissing. “Met een motivering het recht dienen is kennelijk iets anders dan partijen of het algemeen publiek bedienen.”
Jip en JannekeWat nu als rechters aan de partijen zouden vragen hoe ze het gehad hadden willen hebben?, oppert hoogleraar Philip Langbroek. “Juridisch doorgeakkerd voor juristen en begrijpelijk voor mensen van vlees en bloed?” Een rechter reageert dat hij het moeilijk zou vinden om de taal van advocaten ‘met alle toeters en bellen’ over te zetten naar Jip en Janneketaal. En is het wel wenselijk? Ook hoogleraar Langbroek zegt zich te realiseren dat het complexe juridische taalgebruik in vonnissen een grote symboolfunctie heeft. “Gooi je het kind niet met het badwater weg als je de taal versimpelt”, vraagt hij zich af. “De juridische orakeltaal is een soort van toverformule vanuit een magische plaats. Ik stel transparantie op prijs, maar wat werkt beter als het aankomt op het gezag van de rechter?”
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)