Alle nieuws

Rechtbank Oost-Brabant · 29 april 2014

Zaken van laatste Raptus-verdachten afgedaan

De rechtbank Oost-Brabant heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaken van de laatste twee verdachten uit het Raptusdossier. Deze zaak betreft een onderzoek naar onder meer mensenhandel, afpersing, verdovende middelen en wapenbezit door een Chinese criminele organisatie.

Het betreft een oude zaak waarin de rechtbank al eerder, in juli 2009, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had verklaard. Omdat het gerechtshof 's-Hertogenbosch het hier niet mee eens was moest de rechtbank de zaak opnieuw behandelen. Deze behandeling vond plaats in oktober vorig jaar en heeft ten aanzien van negen verdachten geleid tot vonnissen van 22 november 2013.

Ten aanzien van twee verdachten heeft de rechtbank op 22 november 2013 zich al wel uitgesproken over de verweten deelname aan een criminele organisatie en wapenbezit. De rechtbank vond echter dat het onderzoek naar de moord en poging tot moord op twee Chinese mannen in Kerkrade op 11 april 2004 onvolledig was geweest en dat het onderzoek daarnaar moest worden heropend.
 
De rechtbank komt vandaag tot de conclusie dat de aan beide verdachten verweten betrokkenheid bij de moord danwel doodslag (c.q. de poging daartoe) niet bewezen kan worden. Hoewel de rechtbank het op zichzelf aannemelijk vindt geworden dat beide verdachten betrokken waren bij het naar buiten lokken van de beide slachtoffers (waar zij werden neergeschoten), vond de rechtbank geen bewijs dat dit gebeurde met de vooropgezette bedoeling om de mannen toen en daar van het leven te beroven. Daarbij was mede van belang het vaststaande gegeven dat de fatale schoten niet gelost werden door verdachten maar door andere, onbekend gebleven personen en er aan de schotenwisseling een handgemeen vooraf ging.

Verdachten worden wel veroordeeld voor hun deelname aan een criminele organisatie; ten aanzien van één verdachte komt daar nog verboden (vuur-)wapenbezit bij.
Aangezien de rechtbank vindt dat het recht van verdachten op berechting binnen een redelijke termijn fors is geschonden past de rechtbank bij de strafoplegging een korting toe van twaalf maanden. Dit heeft geleid tot de oplegging van gevangenisstraffen van drie respectievelijk negen maanden met aftrek van de (langere) tijd die verdachten al in voorarrest hadden doorgebracht. 

Uitspraken in dit bericht

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)