Alle nieuws

Rechtbank Midden-Nederland · 3 juni 2014

Minderjarige veroordeeld voor dodelijke aanrijding De Bilt

De rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag de destijds 17-jarige automobilist die op 15 mei 2013 een 76-jarige man doodreed in De Bilt, veroordeeld tot vier maanden jeugddetentie waarvan 81 dagen voorwaardelijk, een werkstraf van 120 uur en een rijontzegging van drie jaar. Ook moet de verdachte een intensief begeleidings- en behandeltraject volgen. Deze straf is voor het grootste gedeelte gelijk aan de straf die de officier van justitie twee weken geleden heeft gevorderd. Rekening houdend met de ernst van het feit, heeft de rechtbank een iets hogere werkstraf opgelegd dan de officier heeft geëist.

Feiten

Het slachtoffer liep op de betreffende dag over een zebrapad, toen hij werd aangereden door een grijze Volkswagen Golf. De snelheid van de auto lag aanzienlijk hoger dan de toegestane 30 km/u. De bestuurder was in het bezit van een voorlopig rijbewijs en mocht alleen rijden onder begeleiding van zijn coach. Omdat de coach niet aanwezig was, reed de verdachte zonder geldig rijbewijs.

Dood door schuld

De rechtbank oordeelt dat sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte reed met te hoge snelheid en heeft niet goed op de weg gelet. Hierdoor kon hij de auto niet op tijd tot stilstand brengen. Er is geen sprake van dat verdachte het slachtoffer met opzet heeft aangereden.

Jeugdstrafrecht

De verdachte was ten tijde van het ongeval zeventien jaar. Dit betekent dat het jeugdstrafrecht van toepassing is. Het jeugdstrafrecht heeft een pedagogisch karakter. De straf moet zoveel mogelijk bijdragen aan recidive vermindering bij deze verdachte. Anders dan in het volwassenenstrafrecht weegt vergelding slechts in zeer beperkte mate mee bij de strafoplegging.

Begeleiding en behandeling

De rechtbank legt een aantal bijzondere voorwaarden op waaraan de verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaar moet houden, namelijk een intensief begeleidings- en behandeltraject. Verdachte lijkt te zijn doordrongen van het verwijtbare van zijn handelen en het onherstelbare leed dat hij heeft aangericht. De kans op herhaling zal hierdoor, na afronding van het begeleidings- en behandeltraject aanzienlijk zijn verminderd.

Het overlijden van het slachtoffer heeft diepe sporen nagelaten in het leven van zijn nabestaanden. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf het leed van de nabestaanden zal kunnen verzachten.

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)