Rechtbank Noord-Holland · 30 september 2013
Gevangenisstraf voor brandstichtingen in Enkuizen
De rechtbank Noord-Holland in Alkmaar heeft op 30 september een 19-jarige verdachte uit Enkhuizen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Hij werd verdacht van zes brandstichtingen in openbare gebouwen en containers in Enkhuizen. Verdachte maakte voorheen deel uit van de jeugdbrandweer in Enkhuizen. De rechtbank acht bewezen dat hij vier keer brand heeft gesticht, namelijk in een loods aan de Haling, een schoolgebouw aan de Reigerweg, een container aan de Oudegracht en toen hij nog minderjarig was, het in brandsteken van het clubgebouw van de IJsselmeerruiters.
Voor de brandstichting die verdachte gepleegd heeft toen hij 17 jaar oud was heeft hij tevens 2 maanden jeugddetentie gekregen. Ook is reclasseringstoezicht opgelegd, hij moet een behandeling volgen en mag niet meer deelnemen aan activiteiten die met de brandweer te maken hebben. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van de feiten en de schok die het in Enkhuizen tot gevolg heeft gehad. Strafverminderend heeft de rechtbank meegewogen de jonge leeftijd van verdachte, dat hij nooit eerder een strafbaar feit heeft gepleegd en dat door deskundigen is vastgesteld dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is.
De verdachte heeft van aanvang af alle betrokkenheid bij de branden ontkend. Hij had weliswaar zijn vrienden van de jeugdbrandweer verteld de branden te hebben gesticht, maar dat was slechts grootspraak. De rechtbank gaat er echter vanuit dat hij tegen zijn vrienden de waarheid heeft verteld over zijn rol bij de branden. De verklaringen van de vrienden daarover vindt de rechtbank betrouwbaar. Wat zij hebben verteld over verdachte komt in grote lijnen en op essentiële punten overeen en wordt ondersteund door whatsappberichten die de verdachte over de branden aan zijn vrienden heeft gestuurd. Bovendien hebben een aantal vrienden ook zichzelf belast in hun verklaringen.
De verdachte is voor twee branden vrijgesproken, om welke reden de straf voor hem lager uitvalt dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank vindt dat er onvoldoende bewijs is voor brandstichting door de verdachte bij de Reddingsbrigade. Hij is daar weliswaar op de avond van de brand in de buurt geweest met twee vrienden, maar zij hebben hem de brand niet zien stichten en zijn weggegaan. De brand is vervolgens vier uur na hun vertrek uitgebroken. Teveel tijdsverloop naar het oordeel van de rechtbank voor bewijs van betrokkenheid van de verdachte en ander bewijs ontbrak. De verdachte is ook vrijgesproken voor brandstichting in een container op het Spaans Leger. Voor een veroordeling is nodig dat vaststaat dat er gevaar was voor goederen en/of de omwonenden en dat bleek niet uit het dossier.
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)