Rechtbank Oost-Brabant · 28 november 2013
Vrouw krijgt celstraf voor overval op juwelier
De rechtbank Oost-Brabant heeft zojuist een 22-jarige vrouw uit Roermond veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Ze was in december 2011 betrokken bij een overval op een juwelier in Eindhoven. Daarnaast legde de rechtbank een taakstraf op van 180 uur en moet ze de slachtoffers een schadevergoeding betalen van 6869,20 euro.
De verdachte stapte de bewuste dag in de auto bij haar nicht en diens toenmalige vriend om naar het centrum van Eindhoven te rijden. Daar aangekomen gingen de vrouw en de man een juwelierszaak binnen. De nicht bleef achter in de auto. De Roermondse lokte een winkelmedewerker naar buiten, zodat de man ongestoord achter in de winkel kon komen om een andere medewerker te dwingen geld af te geven. De man en vrouw maakten ruim vierduizend euro contant geld buit. Na de overval maakten de drie zich met de auto met gestolen kentekenplaten uit de voeten.
Oordeel rechtbankVolgens de rechtbank heeft de vrouw zich met anderen schuldig gemaakt aan afpersing en schuldheling van de kentekenplaten. De Roermondse heeft met haar medeverdachten uit puur winstbejag een overval gepleegd. Het overvallen slachtoffer ondervindt in haar dagelijkse leven nog steeds de gevolgen van deze traumatische gebeurtenis. Het ogenschijnlijke gemak waarmee de vrouw en haar medeverdachten tot het plegen van de overal zijn overgegaan, is zorgwekkend en roept binnen de maatschappij gevoelens van onveiligheid op, oordeelt de rechtbank.
In strafmatigende zin weegt mee dat de vrouw tijdens de zitting op emotionele wijze spijt betuigde voor haar aandeel in de overval. Dit kwam oprecht over. Ook houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop, de jeugdige leeftijd van de verdachte en het feit dat zij niet eerder voor een strafbaar feit werd veroordeeld.
De nicht en haar toenmalige vriend werden eerder al veroordeeld voor hun aandeel in de overval (ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2058 en ECLI:NL:RBSHE:2012:BX2069).
Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)