Rechtbank Den Haag · 5 december 2013
Rus verdacht van cocaïnesmokkel mag uitgeleverd worden
De Russische man die bij de rechtbank Den Haag eiste dat de Staat hem niet zou uitleveren aan Rusland, heeft zijn geschil verloren. Hij heeft onvoldoende hard kunnen maken dat hij gevaar loopt. Rusland heeft om uitlevering verzocht vanwege verdenking van invoer in Rusland van cocaïne afkomstig uit Ecuador in de periode 2003-2010.
De man zegt voor zijn leven te vrezen, omdat volgens hem Rusland om persoonlijke en politieke redenen zijn uitlevering wenst. De reden zou zijn dat hij kennis heeft van persoonlijk gewin onder topambtenaren in het verleden. Hij eiste dat Nederland zou afwijken van het uitleveringsverdrag met Rusland onder meer met een verwijzing naar recente gebeurtenissen rondom een schip van Greenpeace en de wetgeving rondom homoseksualiteit. Volgens hem kan er door deze gebeurtenissen aan getwijfeld worden of het rechtssysteem van de Russische Federatie betrouwbaar is. Hierdoor zou de uitlevering geen doorgang mogen vinden, stelde hij.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het uitleveringsverzoek een ander doel dient dan de strafrechtelijke vervolging naar aanleiding van de in het uitleveringsverzoek omschreven delicten. Ook is niet gebleken van een reëel risico voor eiser dat de Russische autoriteiten zich niet zullen gedragen overeenkomstig de verdragsrechtelijke bepalingen. Volgens de Haagse rechtbank heeft eiser op geen enkele wijze zijn stellingen geconcretiseerd en vertonen de recente gebeurtenissen geen concrete overeenkomsten met de persoonlijke situatie van eiser.
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)