Alle nieuws

Rechtbank Oost-Brabant · 11 december 2013

Burgemeester mag Tequila Dancing Bar een jaar sluiten

De burgemeester van de gemeente Heusden mag de Tequila Dancing Bar in Drunen voor een jaar laten sluiten. Dat heeft de bestuursrechter van de rechtbank Oost-Brabant zojuist bepaald.

Het café werd in mei van dit jaar tijdelijk gesloten vanwege overtreding van de Opiumwet. Tijdens een inval in het café arresteerde de politie drie mannen die in het bezit waren van harddrugs. Een vierde aanwezige stond gesignaleerd voor een aanhouding voor overtreding van de Opiumwet.
De eigenaar van het café maakte bezwaar tegen de tijdelijke sluiting en stapte naar de bestuursrechter. De exploitant voert aan dat slechts één bezoeker een handelshoeveelheid harddrugs bij zich had. Hij stelt dat er sprake was van een incident en vindt de sluiting voor een jaar buiten alle proporties. De man zegt dat hem niets te verwijten valt, omdat hij er alles aan heeft gedaan drugsbezit en drugshandel in zijn café te voorkomen. De exploitant wijst er tot slot op dat hij de laatste jaren geen klachten van buurtbewoners meer heeft gehad.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat de gemeente beschikt over beleidsvrijheid als het gaat om de naleving van de Opiumwet. De bestuursrechter mag het standpunt van de gemeente daarom slechts terughoudend toetsen.
De gemeente Heusden heeft in een handhavingsbeleid onder meer bepaald dat gebouwen waar in drugs wordt gehandeld voor minimaal een jaar worden gesloten. Dit beleid is volgens de bestuursrechter juist toegepast. Meerdere gemeenten passen dit handhavingsbeleid op eenzelfde manier toe. De sluitingstermijn van een jaar is in dit geval niet onredelijk, omdat de gemeente hiermee de gewoonte wilde doorbreken van drugshandelaren en drugsgebruikers die naar het café kwamen. Bovendien mag de burgemeester volgens de Opiumwet een café sluiten als er ten minste één bezoeker is die in harddrugs handelt.

Volgens de rechtbank wordt de stelling dat er sprake is van een incident niet ondersteund door de feiten. De inval werd namelijk gedaan op basis van informatie over onder meer handel in harddrugs in het café. De stelling dat de exploitant niets persoonlijk valt te verwijten, is niet relevant. Dit speelt namelijk geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het café noodzaakt. Daarnaast is de exploitant verantwoordelijk voor wat er in zijn bar gebeurt. Overigens bleek uit een gesprek van de gemeente met buurtbewoners in het najaar van 2011, dat door de buurtbewoners overlast werd ervaren van het café en haar bezoekers.

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)