Alle nieuws

11 december 2013

Vijf vragen en antwoorden over proefverlof Van der G.

Volkert van der G. mag per 1 februari volgend jaar op proefverlof, besliste gisteren de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming. Wat is eigenlijk de positie van deze Raad en wat zijn de aspecten die meespelen rond proefverlof van gedetineerden die vrij gaan komen? Vijf vragen en antwoorden.

Het is de Raad voor de Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming die over Van der G. heeft beslist. Wat is de positie en taak van deze Raad?

De Raad voor de Strafrechtstoepassing en jeugdbescherming is een onafhankelijke instantie die advies geeft en rechtspreekt. Deze Raad oordeelt over zaken die te maken hebben met jeugdbescherming of de uitvoering van maatregelen en straffen. Als de Raad rechtspreekt, doet hij dat als beroepsrechter die de bezwaren toetst van gedetineerden met een vrijheidsstraf die in beroep gaan tegen een beslissing. Dat kan gaan om een bezwaar tegen een overplaatsing door een gevangenisdirecteur of, zoals in het geval van Volkert van der G., een bezwaar tegen de weigering van een proefverlof. De uitspraken van de Raad zijn bindend. Er is geen mogelijkheid om verder in beroep te gaan.

Wanneer kom je in aanmerking voor een proefverlof? Geldt dat ook bij een gedetineerde die een geruchtmakende delict heeft begaan?

Van der G. mag een proefverlof aanvragen omdat het de bedoeling is dat hij per 1 mei 2014 vervroegd vrij komt. Deze voorwaardelijke invrijheidstelling  geldt voor gedetineerden met een vrijheidsstraf van minstens een jaar, die zich niet hebben misdragen in de gevangenis en geen aantoonbaar groot recidivegevaar (risico op herhaling) vertonen. Dat kan ook gelden voor gedetineerden die veroordeeld zijn voor een geruchtmakend delict. Via het proefverlof kunnen gedetineerden zich voorbereiden op hun vrijlating. Om in aanmerking te komen voor een proefverlof, moet een gedetineerde minstens éénderde van zijn gevangenisstraf uitgezeten hebben.

Wat houdt een proefverlof precies in?

Een proefverlof betekent dat gedetineerden in aanloop naar hun vrijlating zich een aantal keren op proef in de maatschappij mogen bewegen. Dit met het idee dat zij stapsgewijs wennen aan het leven buiten de gevangenis, zodat ze beter reïntegreren in de maatschappij. Vaak brengen gedetineerden hun proefverlof door bij familie of bekenden, maar het kan ook gaan om een zelfstandig verlof. Zij doen tijdens het verlof dagelijkse dingen, maar kunnen ook voorbereidingen treffen op hun terugkeer door een huis te huren. Er zijn diverse soorten verlof, die verschillen in lengte en regime. Een bekend proefverlof is dat van gedetineerden met tbs. Dit vindt doorgaans onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld permanente begeleiding, plaats. Verder bestaat het 24 uur durend incidenteel verlof, waarop gedetineerden beroep doen als bijvoorbeeld een familielid overlijdt. Het algemeen verlof kunnen alle gedetineerden in aanloop naar hun vrijlating aanvragen. Dit verlof is door Volkert van der G. aangevraagd. In bijzondere gevallen (zoals Volkert van der G.) kunnen bijzondere maatregelen binnen dit verlof genomen worden.

Welke bijzondere maatregelen gelden er rond het verlof van Van der G.?

De beroepscommissie van de Raad voor de Strafrechttoepassing en jeugdbescherming heeft aan het verlof voor Volkert van der G.  een reeks specifieke maatregelen gekoppeld. Zo mag het eerste verlof van Van der G. niet langer dan 24 uur duren, terwijl dat bij een algemeen verlof normaal 60 uur is. Verder moet de locatie en de tijd van het verlof geheim blijven, met het oog op mogelijke maatschappelijke onrust rond de vrijlating. Daarnaast worden specifieke veiligheidsmaatregelen  genomen zoals het verhullen van Van der G.'s uiterlijk (vermomming), zijn verblijfplaats en identiteit. Met deze maatregelen wil de Raad het risico op 'ordeverstoringen' ondervangen.

Wie beslist er over toekenning van het proefverlof?

De eerste beslissing over een verzoek voor algemeen verlof ligt bij de directeur van de betreffende gevangenis of andere inrichting. Van der G. heeft dit enkele keren tevergeefs gedaan: de directeur wees zijn verzoek af. Gedetineerden kunnen vervolgens tegen deze beslissing in beroep gaan bij de zogeheten beklagcommissie. Dit deed Van der G., waarna de beklagcommissie hem in het gelijk stelde. Tegen dit besluit kan het ministerie van Veiligheid en Justitie vervolgens in beroep gaan bij de Raad voor Strafrechttoepassing en jeugdbescherming, de hoogste en laatste instantie op dit gebied.  De Raad verklaarde begin oktober het ingestelde beroep van het ministerie tegen het proefverlof van Van der G. ongegrond. Wel kreeg het ministerie vervolgens de gelegenheid nieuwe feiten en overwegingen aan te dragen. Die hebben de Raad niet kunnen overtuigen. Het ministerie is verplicht de uitspraak van de Raad uit te voeren.

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)