Ambtenarenrecht
Termijnoverschrijding betaling griffierecht.
Centrale Raad van Beroep, 27 mei 2004
ECLI:NL:CRVB:2004:AP0311 · Centrale Raad van Beroep · 27 mei 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2004-ap0311
Zaakgegevens
Op 27 mei 2004 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 mei 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/5784 MPW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2004:AP0311
Samenvatting
Termijnoverschrijding betaling griffierecht.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/5784 MPW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats] (België), appellant,
en
de Staatssecretaris van Defensie, gedaagde.
I. INLEIDING
Appellant heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank 's-Gravenhage op 10 oktober 2003, kenmerk 03/00086 MPWKLA, tussen partijen gegeven uitspraak.
II. MOTIVERING
In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij schrijven van 2 december 2003 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van € 87,- is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 24 december 2003 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is hem meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen deze termijn is betaald, nu het verschuldigde bedrag eerst op 23 januari 2004 op de rekening van de Raad is bijgeschreven.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens in tegenwoordigheid, van R.E. Koerts als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2004.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) R.E. Koerts.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen dertien weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.