Ambtenarenrecht
Afwijzing veroordeling in de proceskosten. De rechtbank heeft juist geoordeeld dat geen sprake is geweest van…
Centrale Raad van Beroep, 12 januari 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BV1041 · Centrale Raad van Beroep · 12 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv1041
Zaakgegevens
Op 12 januari 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-5525 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV1041
Samenvatting
Afwijzing veroordeling in de proceskosten. De rechtbank heeft juist geoordeeld dat geen sprake is geweest van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
Uitspraak
11/5525 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
P R O C E S – V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 12 januari 2012
Zitting heeft: K. Zeilemaker
Griffier: B. Bekkers
Uitspraak op het hoger beroep van [Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 13 september 2011, 11/308 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Stichting [naam Stichting] (hierna: stichting)
Ter zitting zijn verschenen:
Appellante bij gemachtigde mr. drs. G.A.M.V. Verschuren.
De stichting bij gemachtigde mr. V.G.A. Kellenaar.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Bij de aangevallen uitspraak is het verzoek van appellante om de stichting in de proceskosten te veroordelen, nadat appellante haar beroep tegen het besluit tot handhaving van de RDDF-status had ingetrokken, afgewezen.
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. De RDDF-status is niet ingetrokken, beter gezegd komen te vervallen, vanwege de inhoud van de beroepsgronden van appellante, maar als gevolg van een gewijzigde situatie. Daardoor kon appellante weer terugkeren in haar eigen functie. Het hoger beroep slaagt niet.
Waarvan proces-verbaal
de griffier de voorzitter
getekend getekend
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
HD