Ambtenarenrecht
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de brief waarbij is geweigerd toestemming te verlenen om appellant…
Centrale Raad van Beroep, 12 maart 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9779 · Centrale Raad van Beroep · 12 maart 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-bv9779
Zaakgegevens
Op 12 maart 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 maart 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-6589 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV9779
Samenvatting
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de brief waarbij is geweigerd toestemming te verlenen om appellant werkzaam te laten zijn bij het consortium geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
Uitspraak
11/6589 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
P R O C E S – V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak op 12 maart 2012
Zitting heeft: mr. M.C. Bruning
Griffier: mr. P.J.M. Crombach
Uitspraak op het hoger beroep van [appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 september 2011, 11/5693 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voorheen de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie (minister),
Ter zitting zijn verschenen:
- appellant, bijgestaan door mr. J. de Waard, werkzaam als rechtsbijstandsverlener;
- mr. H.A. Westra, advocaat, en mr. E.D. Herweijnen, namens de minister.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van de minister van 8 september 2010, waarbij is geweigerd toestemming te verlenen om appellant werkzaam te laten zijn bij het consortium [naam consotium], niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond hiervan heeft de minister het bezwaar van appellant tegen die brief, volgens de rechtbank, op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard.
Ter zitting van de Raad is evenmin gebleken dat er een publiekrechtelijke grondslag bestaat voor de beslissing van de minister om het consortium bedoelde toestemming te weigeren. Daarmee staat vast dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de brief van 8 september 2010 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden.
Waarvan proces-verbaal
de griffier
de voorzitter
getekend
getekend
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
HD