Ambtenarenrecht
Verzet niet-ontvankelijk. Verzetschrift ingediend na afloop van de verzetstermijn. Niet aannemelijk dat…
Centrale Raad van Beroep, 3 november 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BU5102 · Centrale Raad van Beroep · 3 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/ambtenarenrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2011-bu5102
Zaakgegevens
Op 3 november 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/4339 AW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Ambtenarenrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BU5102
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. Verzetschrift ingediend na afloop van de verzetstermijn. Niet aannemelijk dat appellant gedurende de gehele verzetstermijn van 6 weken buiten staat was om zelf een (desnoods kort) verzetschrift in te dienen of dit door een ander te laten doen.
Uitspraak
10/4339 AW-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 juni 2010, 08/3043 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (hierna: de raad van bestuur)
Datum uitspraak: 3 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 10 maart 2011, 10/4339 AW, als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet, heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 22 september 2011. Appellant is verschenen. De raad van bestuur heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. De uitspraak waartegen verzet is gedaan, is op 17 maart 2011 aangetekend verzonden naar appellant. De laatste dag van de wettelijk gestelde verzetstermijn is daarom 28 april 2011. Het verzetschrift is eerst op 9 mei 2011, dus na afloop van de verzetstermijn, ter griffie van de Raad ontvangen.
2. Ten aanzien van een na afloop van de verzetstermijn ingediend verzetschrift blijft
niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. De Raad is van oordeel dat de argumenten van appellant in het verzetschrift en ter zitting, die erop neerkomen dat hij tevergeefs op zoek is geweest naar juridische bijstand, niet kunnen leiden tot het oordeel dat hij niet in verzuim is geweest. Hiertoe heeft de Raad overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de gehele verzetstermijn van 6 weken buiten staat was om zelf een (desnoods kort) verzetschrift in te dienen of dit door een ander te laten doen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G Vermeulen als voorzitter en K. Zeilemaker en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2011.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
K. Moaddine.
De griffier is buiten staat te tekenen.
HD