Belastingrecht
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. De conflicten die appellant heeft met [naam B.V.] of de Dienst [naam…
ECLI:NL:CRVB:2010:BK9391 · Centrale Raad van Beroep · 12 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bk9391
Zaakgegevens
Op 12 januari 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 12 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-388 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BK9391
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. De conflicten die appellant heeft met [naam B.V.] of de Dienst [naam dienst] kunnen niet worden beslecht door een uitspraak inzake het beroep van appellant tegen het besluit van 6 september 2006.
Uitspraak
09/388 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant]l, wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2008, 06/4832 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 12 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 1 december 2009, waar partijen - het College met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 20 juli 2006 is aan appellant de verplichting opgelegd zich te houden aan een opgesteld trajectplan dat is bijgevoegd en dat hij dient te ondertekenen.
1.2. Bij besluit van 6 september 2006 is het bezwaar tegen het besluit van 20 juli 2006 gegrond verklaard en is het besluit van 20 juli 2006 ingetrokken.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van
6 september 2006 niet-ontvankelijk verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad is van oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 6 september 2006 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er is immers slechts sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. De conflicten die appellant heeft met [naam B.V.] of de Dienst [naam dienst] kunnen niet worden beslecht door een uitspraak inzake het beroep van appellant tegen het besluit van 6 september 2006. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2010.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) R.L.G. Boot.
RB