Bestuursrecht overig
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan. Proceskosten.
Centrale Raad van Beroep, 11 februari 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:477 · Centrale Raad van Beroep · 11 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2016-477
Zaakgegevens
Op 11 februari 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2016
- Datum publicatie
- 11 februari 2016
- Zaaknummer
- 15-1763 AW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:477
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking hoger beroep door bestuursorgaan. Proceskosten.
Uitspraak
Datum uitspraak: 11 februari 2016
15/1763 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2015, 13/1282 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. I. Rhodes, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 19 augustus 2015 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. Rhodes, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Nu daarin uitsluitend is verwezen naar de gronden van bezwaar en beroep en de uitspraak van de voorzieningenrechter, ligt het in de rede om het gewicht in deze zaak te bepalen op ‘licht’, dus factor 0,5.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 248,- in hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 248,-.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van
P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
11 februari 2016.
(getekend B.J. van de Griend
(getekend) P.A.M. Hulsdouw