Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag tot toekenning militair invaliditeitspensioen.
Centrale Raad van Beroep, 31 augustus 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AY7651 · Centrale Raad van Beroep · 31 augustus 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-crvb-2006-ay7651
Zaakgegevens
Op 31 augustus 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 05-7225 MPWKLU
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2006:AY7651
Samenvatting
Afwijzing aanvraag tot toekenning militair invaliditeitspensioen.
Uitspraak
05/7225 MPWKLU
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 november 2005, 04/3975 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Staatssecretaris van Defensie (hierna: Staatssecretaris)
Datum uitspraak: 31 augustus 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2006. Appellant is verschenen. De Staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.H. Souren, werkzaam bij de Stichting Pensioenfonds ABP.
II. OVERWEGINGEN
Bij brief van 28 november 2002 heeft appellant de Staatssecretaris verzocht hem een militair invaliditeitspensioen toe te kennen in verband met een hem op 21 juli 1972 overkomen ongeval tijdens de uitoefening van de militaire dienst.
Bij besluit van 4 april 2003 heeft de Staatssecretaris dit verzoek afgewezen en bij zijn bestreden besluit van 4 augustus 2004 heeft hij dit besluit na door appellant gemaakt bezwaar gehandhaafd.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De Raad kan zich geheel verenigen met de conclusie van de rechtbank en de (vrij) uitvoerige en duidelijke overwegingen die zij in de aangevallen uitspraak aan deze conclusie ten grondslag heeft gelegd.
Appellant heeft in hoger beroep niets aangevoerd wat reden zou kunnen geven om afstand te nemen van die uitspraak.
Gezien het vorenstaande slaagt het hoger beroep niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht tot slot geen termen aanwezig tot vergoeding van proceskosten met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.G. Kasdorp als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en J.Th. Wolleswinkel als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.R.S. Bacon als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2006.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) M.R.S. Bacon.