Socialezekerheidsrecht
Inkomsten uit vermogen worden in mindering gebracht op de uitkering. De inkomsten uit vermogen op grond van…
Centrale Raad van Beroep, 11 november 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BO5119 · Centrale Raad van Beroep · 11 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-crvb-2010-bo5119
Zaakgegevens
Op 11 november 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/5426 WUBO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BO5119
Samenvatting
Inkomsten uit vermogen worden in mindering gebracht op de uitkering. De inkomsten uit vermogen op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wubo jaarlijks worden bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage voor sparen en beleggen, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Uitspraak
09/5426 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 11 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 10 augustus 2009, kenmerk BZ 9009, JZ/C/80/2008, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verder: bestreden besluit.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2010. Appellant is niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant, geboren in 1934 in het voormalig Nederlands-Indië, is op grond van psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer en geniet vanaf juni 1983 als zodanig een periodieke uitkering op grond van de Wubo.
2. De periodieke uitkering van appellant is, voor zover hier van belang, bij berekenings-beschikking van 31 maart 2009 voorlopig bijgesteld vanaf 1 oktober 2005 in verband met door appellant in oktober 2005, januari 2006 en mei 2006 ontvangen bedragen uit een erfenis. Het door appellant tegen die beschikking gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
3. In geschil is thans nog het bedrag dat verweerster in mindering brengt op de uitkering van appellant vanwege inkomsten uit zijn door verweerster vastgestelde vermogen. Appellant is van mening dat het door verweerster gehanteerde rendementspercentage van 4 te hoog is en dat rekening gehouden zou moeten worden met de reële inkomsten uit zijn vermogen.
4. De Raad volgt verweerster in het standpunt dat de inkomsten uit vermogen op grond van artikel 28, vierde lid, van de Wubo jaarlijks worden bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage voor sparen en beleggen, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dit percentage is thans 4. Van dit bedrag wordt dan nog een bedrag vrijgelaten (in 2009 was dit € 775,76). Verweerster heeft dus op juiste wijze toepassing gegeven aan genoemde imperatieve bepaling in de Wubo.
5. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.
4. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en A.J. Schaap en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) R.L.G. Boot.
HD