Socialezekerheidsrecht
Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Centrale Raad van Beroep, 22 november 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BY3939 · Centrale Raad van Beroep · 22 november 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-crvb-2012-by3939
Zaakgegevens
Op 22 november 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 november 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12-1188 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BY3939
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitspraak
12/1188 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 december 2011, 10/4684 WUV
Partijen:
[verzoekster], wonende te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
Datum uitspraak: 22 november 2012
PROCESVERLOOP
Namens verzoekster is om herziening verzocht van eerder genoemde uitspraak, naar welke uitspraak wordt verwezen.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 11 oktober 2012. Daar is – zoals bericht - van de zijde van verzoekster niemand verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.
OVERWEGINGEN
1.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheden als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
2.1. Namens verzoekster is aan het verzoek om herziening in essentie ten grondslag gelegd dat verzoekster vanaf het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw te weinig uren aan huishoudelijk hulp toegekend heeft gekregen en dat het daarmee gemoeide bedrag dient te worden nabetaald. Verder wordt namens verzoekster bestreden het uitgesproken oordeel dat de tinnitusklachten en incontinentie niet aan de ondergane vervolging kunnen worden toegeschreven.
2.2. In hetgeen bij het verzoek om herziening uitvoerig is aangevoerd zijn noch ten aanzien van de huishoudelijke hulp noch ten aanzien van de tinnitusklachten of de incontinentie feiten of omstandigheden aangetroffen die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. Vastgesteld moet dan ook worden dat met het onderhavige verzoek wederom is beoogd op basis van bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren.
2.3. Het voorgaande brengt mee dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2012.
(getekend) A. Beuker-Tilstra
(getekend) S.K. Dekkers