Socialezekerheidsrecht
Aan appellante wordt niet meer dan 24 fysiotherapeutische behandelingen toegekend. Medische gegevens op grond…
Centrale Raad van Beroep, 3 november 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:4345 · Centrale Raad van Beroep · 3 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-crvb-2016-4345
Zaakgegevens
Op 3 november 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2016
- Datum publicatie
- 15 november 2016
- Zaaknummer
- 15/5764 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2016:4345
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aan appellante wordt niet meer dan 24 fysiotherapeutische behandelingen toegekend. Medische gegevens op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het toegekende aantal van 24 fysiotherapeutische behandelingen onvoldoende is om de psychosomatische klachten te behandelen heeft de Raad niet aangetroffen.
Uitspraak
15/5764 WUV
Datum uitspraak: 3 november 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak in het geding tussen
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A. van den Os beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 14 juli 2015, kenmerk BZ01844383 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).
Bij brief van 29 september 2015 heeft mr. W.J. Eusman, advocaat, zich als gemachtigde van appellante gesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2016. Daar is appellante verschenen, bijgestaan door mr. Eusman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.
OVERWEGINGEN
Appellante, geboren in 1942, is erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Aanvaard is dat zij psychische klachten (inclusief psychosomatische nek- en rugklachten) heeft die in verband staan met de door haar ondergane vervolging.
In december 2014 heeft appellante bij verweerder een aanvraag ingediend om toekenning van een vergoeding voor 64 fysiotherapeutische behandelingen die niet door de zorgverzekeraar worden vergoed. Appellante heeft te kennen gegeven dat zij al jaren tweemaal per week behandelingen ondergaat en zij om die reden de duurste en meest uitgebreide zorgverzekering heeft afgesloten, maar dat de zorgverzekeraar het aantal behandelingen nu heeft beperkt tot 40 behandelingen per jaar.
Bij besluit van 11 maart 2015 heeft verweerder aan appellante een vergoeding toegekend voor 24 behandelingen fysiotherapie per jaar. Een vergoeding voor meer dan
24 behandelingen fysiotherapie is afgewezen op de grond dat deze voorziening niet in verband staat met de uit de vervolging voortvloeiende klachten. Het tegen het besluit van
11 maart 2015 gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd overweegt de Raad als volgt.
Bij het toekennen van een vergoeding voor fysiotherapeutische behandelingen hanteert verweerder het beleid dat voor het behandelen van psychosomatische klachten maximaal
24 behandelingen per jaar worden toegekend.
Het standpunt van verweerder om aan appellante niet meer dan 24 fysiotherapeutische behandelingen toe te kennen is in eerste instantie gebaseerd op het advies van de geneeskundig adviseur R. Loonstein, arts. Dat advies is tot stand gekomen op basis van informatie, verkregen van de huisarts en van de behandelende fysiotherapeut. Het bezwaar is voorgelegd aan een andere geneeskundig adviseur, de arts R.J. Roelofs. Hij ziet geen reden om van het primair ingenomen standpunt terug te komen. Ook de nadere informatie van de fysiotherapeut heeft Roelofs het eerder gegeven advies niet doen veranderen.
De Raad ziet geen grond anders te oordelen. Uit de voorhanden zijnde medische gegevens komt naar voren dat de behoefte van appellante om tweemaal per week een fysiotherapeutische behandeling te ondergaan in belangrijke mate samenhangt met de niet-causale poly-articulaire artrose en andere somatische afwijkingen. Medische gegevens op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het toegekende aantal van 24 fysiotherapeutische behandelingen onvoldoende is om de psychosomatische klachten te behandelen heeft de Raad niet aangetroffen. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid kunnen besluiten om in het geval van appellante geen uitzondering te maken op het onder 2.1 genoemde beleid en te volstaan met het beleidsmatig voorgeschreven aantal van 24 fysiotherapeutische behandelingen.
Het betoog van appellante dat verweerder ten onrechte de toegekende fysiotherapeutische behandelingen niet vergoedt in aanvulling op de behandelingen die door de zorgverzekeraar worden vergoed heeft feitelijk betrekking op de uitvoering van het (toekennings)besluit. Namens verweerder is ter zitting toegelicht, dat het aan appellante is om zo nodig inzichtelijk te maken of de door de zorgverzekeraar vergoede behandelingen betrekking hadden op causale of niet-causale klachten, zodat verweerder kan beoordelen of de toegekende 24 behandelingen in aanvulling daarop geheel of ten dele voor vergoeding in aanmerking komen.
Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.
3. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en C.H. Bangma en
M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2016.
(getekend) B.J. van de Griend
De griffier is verhinderd te ondertekenen.