Socialezekerheidsrecht
Vaststelling van een juist bruto jaarsalaris, een juiste aangepaste middelsom en het daaruit voortvloeiende…
ECLI:NL:CRVB:2004:AP4543 · Centrale Raad van Beroep · 17 juni 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2004-ap4543
Zaakgegevens
Op 17 juni 2004 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 juni 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01/5767 WAOCON
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2004:AP4543
Samenvatting
Vaststelling van een juist bruto jaarsalaris, een juiste aangepaste middelsom en het daaruit voortvloeiende dagloon.
Uitspraak
01/5767 WAOCON
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Namens appellant heeft mr. I.J.A.J. Hanssen, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 11 september 2001 (kenmerk AWB 00/6803 WAO), waarbij zijn beroep tegen het besluit van 14 augustus 2000 ongegrond is verklaard.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 6 mei 2004, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M.D.H. Kalse, eveneens advocaat te Maastricht, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. K. van der Wal, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Appellant heeft een invaliditeitspensioen genoten ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet (Abp-wet). Op 1 januari 1996 is de Abp-wet vervallen. Sinds die datum geniet eiser een WAO-conforme uitkering en een (bovenwettelijk) invaliditeitspensioen. Bij het bestreden besluit van 14 augustus 2000 heeft gedaagde de WAO-conforme uitkering opnieuw vastgesteld.
In geding is de vraag of gedaagde bij deze vaststelling uit is gegaan van een juist bruto jaarsalaris, een juiste aangepaste middelsom en het daaruit voortvloeiende dagloon.
Appellant baseert zijn stelling dat gedaagde is uitgegaan van een te lage aangepaste middelsom op het "Overzicht van uw pensioenaanspraken op 1 januari 1996" van 10 september 1996. Hierin is opgenomen de zinsnede "Uw geïndexeerde salaris bedroeg fl. 65.777,-- bruto per jaar. Deze gegevens zijn vastgesteld op 31 december 1995". Appellant stelt dat deze mededeling inhoudt dat zijn bruto jaarsalaris op 31 december 1995 fl. 65.777,-- bedroeg en dat gedaagde gehouden was bij de vaststelling van zijn WAO-conforme uitkering dit bedrag als uitgangspunt te nemen.
Hoewel de gebruikte formulering in de brief van 10 september 1996 duidelijker had kunnen zijn, is de Raad, met de rechtbank en gedaagde, van oordeel dat met genoemd bedrag bedoeld wordt het bruto jaarsalaris geldend op 1 januari 1996. Hieruit volgt dat de grieven van appellant gebaseerd zijn op een onjuiste uitleg van deze brief, zodat het hoger beroep niet kan slagen.
Dit leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht tenslotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. R.C. Stam als leden, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2004.
(get.) G van der Wiel
(get.) R.E. Lysen