Socialezekerheidsrecht
Is het bezwaar tegen het onderhavige besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare…
Centrale Raad van Beroep, 23 juli 2004
ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6971 · Centrale Raad van Beroep · 23 juli 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2004-aq6971
Zaakgegevens
Op 23 juli 2004 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juli 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/6340 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6971
Samenvatting
Is het bezwaar tegen het onderhavige besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding?
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/6340 WAO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 18 april 2002 heeft gedaagde geweigerd aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen.
Bij besluit van 15 augustus 2002 heeft gedaagde appellants bezwaar tegen het besluit van 18 april 2002 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Bij uitspraak van 1 december 2003, reg.nr 02/4265 WAO, heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van appellant tegen het besluit van 15 augustus 2002 ongegrond verklaard.
Tegen die uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. In zijn beroepschrift van
8 december 2003 heeft hij vermeld op welke grond hij het niet eens is met de aangevallen uitspraak.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend, gedateerd 5 februari 2004.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 11 juni 2004, waar appellant in persoon is verschenen. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. E. van Hilten, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. MOTIVERING
Appellant is het niet eens met de aangevallen uitspraak omdat daarin geen rekening is gehouden met het feit dat gedaagde heeft verzaakt hem op de hoogte te brengen van het bestaan van de mogelijkheid tot het indienen van een voorlopig bezwaar. Was deze informatie hem wel ter ore gekomen, dan was er in eerste instantie überhaupt geen sprake geweest van een overschreden bezwaartermijn, aldus appellant.
Deze beroepsgrond, de enige die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, treft evenwel geen doel, reeds omdat er geen geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen beginsel bestaat op grond waarvan gedaagde gehouden was om ongevraagd informatie te geven over de mogelijkheid van het indienen van een voorlopig bezwaarschrift. Niet gedaagde, maar appellant zelf is in verzuim geweest.
Het vorenoverwogene leidt tot bevestiging van de aangevallen uitspraak.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) A.C.W. van Huussen.
CVG