Socialezekerheidsrecht
Afwijzigng subsidie in het kader van de Wet REA. Geen dienstbetrekking.
Centrale Raad van Beroep, 13 januari 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AS3652 · Centrale Raad van Beroep · 13 januari 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-as3652
Zaakgegevens
Op 13 januari 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 januari 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/1394 REA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AS3652
Samenvatting
Afwijzigng subsidie in het kader van de Wet REA. Geen dienstbetrekking.
Uitspraak
03/1394 REA
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante] h.o.d.n. [naam café], gevestigd te Sittard, appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft mr. R.L.J.J. Vereijken, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Roermond, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 februari 2003, met reg.nr. 01/1735 REA, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 11 november 2004, waar appellante - zoals voorafgaand bericht - niet is verschenen, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. I.A.H. Olivers en R.P.H. Min, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
Appellante heeft op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) subsidie aangevraagd in verband met werkzaamheden die door [naam moeder] (haar moeder) werden verricht. Gedaagde heeft deze aanvraag bij besluit van 18 juli 2001 afgewezen. Dit besluit is in bezwaar bij besluit van 14 november 2001 gehandhaafd op de grond dat de werkzaamheden niet in een dienstbetrekking werden verricht als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder p, van de Wet Rea.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 14 november 2001 ingestelde beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellante zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
Met de rechtbank en op dezelfde gronden is de Raad van oordeel dat hier geen sprake is van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder p, van de Wet Rea. De Raad verwijst hiervoor naar zijn uitspraken van heden, met reg. nrs. 03/1393 en 03/1417 ALGEM.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. B.J. van der Net als voorzitter en mr. M.C.M. van Laar en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2005.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) A. Kovács.