Socialezekerheidsrecht
Aanvragen algemene en bijzondere bijstand afgewezen. Betrokkene niet woonachtig in gemeente waar aanvragen…
Centrale Raad van Beroep, 1 maart 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AS9681 · Centrale Raad van Beroep · 1 maart 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-as9681
Zaakgegevens
Op 1 maart 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 maart 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/4243 NABW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AS9681
Samenvatting
Aanvragen algemene en bijzondere bijstand afgewezen. Betrokkene niet woonachtig in gemeente waar aanvragen zijn ingediend.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/4243 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft mr. P.J. Wapperom, advocaat te Dordrecht, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 11 juli 2003, reg.nr. 03/373 NABW.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 18 januari 2005, waar partijen, met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Bij een tweetal afzonderlijke besluiten van 18 februari 2002 heeft gedaagde de aanvragen van appellante om algemene en bijzondere bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) afgewezen.
Bij besluit van 25 februari 2003 heeft gedaagde de bezwaren tegen de besluiten van 18 februari 2002 ongegrond verklaard op de grond dat appellante niet woonachtig is in de gemeente [gemeentenaam].
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 februari 2003 ongegrond verklaard.
Appellante heeft in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd dat er bij de beoordeling van de weigering om bijstand ten onrechte geen belangenafweging is gemaakt.
De Raad overweegt als volgt.
Op grond van artikel 63, eerste lid, van de Abw bestaat het recht op bijstand jegens burgemeester en wethouders van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Appellante heeft niet betwist dat zij ten tijde van de aanvragen om bijstand haar woonplaats niet had in de gemeente [gemeentenaam]. De Raad is dan ook, evenals de rechtbank, van oordeel dat appellante jegens gedaagde ten tijde in geding geen recht op bijstand had aangezien de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 63, eerste lid, van de Abw aan bijstands- verlening in de weg stond. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kan de Raad niet tot een ander oordeel brengen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van mr. M.C.M. Hamer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2005.
(get.) A.B.J. van der Ham.
(get.) M.C.M. Hamer.