Socialezekerheidsrecht
Rechtbank heeft abusievelijk slechts haar oordeel gegeven inzake één besluit op bezwaar. Dit besluit…
Centrale Raad van Beroep, 27 juli 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AU1009 · Centrale Raad van Beroep · 27 juli 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-au1009
Zaakgegevens
Op 27 juli 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 juli 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 05-1239 WWB + 05-1240 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AU1009
Samenvatting
Rechtbank heeft abusievelijk slechts haar oordeel gegeven inzake één besluit op bezwaar. Dit besluit vernietigd. Het beroep tegen het andere besluit wordt alsnog ongegrond verklaard.
Procesgang
Rechtbank Roermond · 12 januari 2005
ECLI:NL:RBROE:2005:AS8489Centrale Raad van Beroep · 31 maart 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AT3370Centrale Raad van Beroep · 27 juli 2005deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2005:AU1009
Uitspraak
05/1239 WWB + 05/1240 WWB
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, appellant,
en
[gedaagde 1] en [gedaagde 2], beiden wonende te [woonplaats], gedaagden.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 12 januari 2005, reg.nr. 04/826 NABW.
Mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, heeft zich als gemachtigde van gedaagden gesteld.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 juli 2005, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 1 juni 2004 heeft appellant de bezwaren van gedaagden tegen zijn primaire besluiten van 14 januari 2004, 26 januari 2004, 20 februari 2004 en 30 maart 2004 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met beslissingen over het griffierecht en de proceskosten, het beroep van gedaagden tegen het besluit van 1 juni 2004 gegrond verklaard en dat besluit geheel vernietigd. Hoewel zulks ten - onrechte - noch in de overwegingen noch in de beslissing van de aangevallen uitspraak is opgenomen, houdt dit in dat appellant met inachtneming van de aangevallen uitspraak opnieuw dient te beslissen op de bezwaren van gedaagden tegen de primaire besluiten.
Appellant kan zich met de aangevallen uitspraak niet verenigen voorzover de vernietiging van het besluit van 1 juni 2004 betrekking heeft op het onderdeel waarin het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 maart 2004 ongegrond is verklaard.
De Raad stelt, met appellant, vast dat uit de overwegingen van de aangevallen uitspraak zonder meer blijkt dat de rechtbank heeft geoordeeld dat bij het besluit van 1 juni 2004 het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 maart 2004 terecht ongegrond is verklaard. De door de rechtbank gegeven beslissing is daarmee echter, kennelijk abusievelijk, niet in overeenstemming.
Het hoger beroep slaagt derhalve, zodat de aangevallen uitspraak - voorzover aangevochten - moet worden vernietigd.
De Raad zal vervolgens, binnen de omvang van het geding in hoger beroep doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, het besluit van 1 juni 2004 gedeeltelijk vernietigen in plaats van geheel.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten;
Vernietigt het besluit van 1 juni 2004 voorzover daarbij de bezwaren tegen de primaire besluiten van 14 januari 2004, 26 januari 2004 en 20 februari 2004 ongegrond zijn verklaard.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) M. Pijper.