Socialezekerheidsrecht
Weigering WW-uitkering. Grondslag van het bestreden besluit wordt niet langer gehandhaafd. Gelet hierop kan…
Centrale Raad van Beroep, 5 oktober 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AU4713 · Centrale Raad van Beroep · 5 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-au4713
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 04/2925 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AU4713
Samenvatting
Weigering WW-uitkering. Grondslag van het bestreden besluit wordt niet langer gehandhaafd. Gelet hierop kan het bestreden besluit - en in het verlengde daarvan de aangevallen uitspraak - om die reden niet in stand blijven.
Uitspraak
04/2925 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat te Utrecht, op bij aanvullend beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank
's-Gravenhage op 13 april 2004, onder nummer AWB 03/4609 WW, tussen partijen gewezen uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brieven van 10 februari 2005 en 5 augustus 2005 heeft appellante nadere stukken ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 24 augustus 2005, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M. Hoekman, opvolgend gemachtigde van appellante, en waar gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. MOTIVERING
Appellante heeft op 24 maart 2003 een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet aangevraagd, welke haar bij besluit van 16 mei 2003 is geweigerd. Na bezwaar hiertegen is die weigering bij besluit van 18 september 2003, het bestreden besluit, gehandhaafd.
Ter zitting van de Raad is namens gedaagde meegedeeld dat de grondslag van het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd.
Gelet hierop kan het bestreden besluit - en in het verlengde daarvan de aangevallen uitspraak - om die reden niet in stand blijven.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellante in beide instanties. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg, op € 644,-- voor rechtsbijstand in hoger beroep en op € 19,96 aan reiskosten in hoger beroep, totaal derhalve € 1.307,96.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Bepaalt dat gedaagde opnieuw beslist op het bezwaar van appellante;
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.307,96, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het betaalde recht van in totaal € 133,-- (€ 31,-- + € 102,--) vergoedt.
Aldus gewezen door mr. C.P.J. Goorden als voorzitter en mr. H.G. Rottier en mr. B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2005.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) L. Karssenberg.
HD
14.09