Socialezekerheidsrecht
Niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betaald griffierecht.
Centrale Raad van Beroep, 16 november 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AU6881 · Centrale Raad van Beroep · 16 november 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2005-au6881
Zaakgegevens
Op 16 november 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 november 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 05-2583 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AU6881
Samenvatting
Niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betaald griffierecht.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2583 WW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op
25 april 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg. nr. AWB 04/3228 (hierna: de aangevallen uitspraak), waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 oktober 2005, waar partijen -gedaagde met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant het griffierecht niet heeft betaald, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan appellant redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.
In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij het griffierecht niet heeft kunnen betalen in verband met zijn financiële situatie.
De Raad is van oordeel dat hetgeen is aangevoerd niet tot de conclusie kan leiden dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellant niet in verzuim is geweest, reeds nu appellant zijn stelling niet heeft onderbouwd. Daarbij merkt de Raad op voor dit oordeel te meer aanleiding te zien, nu appellant in het geheel niet heeft gereageerd op de brieven van de rechtbank d.dis 13 januari 2005, verzonden op 24 januari 2005 en 18 februari 2005, niet ter zitting van de rechtbank d.d. 22 april 2005 is verschenen en eerst in hoger beroep een beroep doet op zijn financiële onmacht.
Gelet hierop komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) M.D.F. de Moor.