Socialezekerheidsrecht
Termijnoverschrijding griffierecht. Verzet ongegrond.
Centrale Raad van Beroep, 3 februari 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AV1076 · Centrale Raad van Beroep · 3 februari 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2006-av1076
Zaakgegevens
Op 3 februari 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 05/284 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2006:AV1076
Samenvatting
Termijnoverschrijding griffierecht. Verzet ongegrond.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/284 ZW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op 2 december 2004, reg.nr. 03/2926 ZW, tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 24 augustus 2005, welke op 25 augustus 2005 aan partijen is verzonden, heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.
Opposante is tijdig van die uitspraak in verzet gekomen.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 23 december 2005, waar beide partijen –met voorafgaand bericht– zich niet hebben laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
Bij uitspraak van 24 augustus 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de bij brief van 10 mei 2005 gestelde termijn, welke eindigde op 23 mei 2005, is bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie is betaald.
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of bij de uitspraak van 24 augustus 2005 terecht is geoordeeld dat het hoger kennelijk niet-ontvankelijk is te achten.
Door opposante is in het verzetschrift en het aanvullend verzetschrift aangevoerd dat het wegens haar financiële situatie niet mogelijk was om het griffierecht binnen de door de Raad gestelde termijn te voldoen.
Hetgeen namens opposante in verzet is aangevoerd bevat geen grond waarop kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest het griffierecht tijdig te voldoen. De Raad is van oordeel dat opposante duidelijk is gewezen op het feit dat de indiener van een hoger beroep een griffierecht verschuldigd is, terwijl opposante geruime tijd in de gelegenheid is gesteld om het griffierecht tijdig te voldoen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. T.L. de Vries als voorzitter in tegenwoordigheid van T.S.G. Staal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2006.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) T.S.G. Staal.