Socialezekerheidsrecht
Tegemoetgekomen aan bezwaar. Geen procesbelang. Proceskostenveroordeling.
Centrale Raad van Beroep, 16 mei 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AX3071 · Centrale Raad van Beroep · 16 mei 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2006-ax3071
Zaakgegevens
Op 16 mei 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 mei 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 04/1626 WAO en 05/3751 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2006:AX3071
Samenvatting
Tegemoetgekomen aan bezwaar. Geen procesbelang. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
04/1626 WAO en 05/3751 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 3 februari 2004, 01/645 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 16 mei 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.A.T. Sick, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 7 juni 2005 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het bestreden besluit van 23 februari 2001 is ingetrokken en het bezwaar van appellante alsnog gegrond is verklaard.
Bij schrijven van 4 januari 2006 heeft het Uwv - desgevraagd - een beslissing van 31 augustus 2005 inzake de vergoeding van de wettelijke rente ingezonden.
Namens appellante heeft mr. M.A.T. Sick, voornoemd, de Raad meegedeeld dat appellante zich met beide beslissingen kan verenigen en verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding het Uwv in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder het Uwv tevens verstaan het Lisv.
De Raad stelt vast dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 7 juni 2005 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkomt zodat tussen partijen geen geschil meer bestaat over de kwestie die appellante in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd. Dit betekent dat appellante geen belang meer heeft bij een beoordeling van het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De Raad acht termen aanwezig om met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 644,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot € 644,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellante het door haar in beroep en in hoger beroep betaalde recht van € 129,23 vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2006.