Socialezekerheidsrecht

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig door de Raad zijn ontvangen…

Centrale Raad van Beroep, 5 juli 2006

Zaakgegevens

Op 5 juli 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 juli 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
05-5328 WAJONG + 05-5329 WAJONG
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2006:AY0419
E-mail

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig door de Raad zijn ontvangen. Verzet gegrond.

Uitspraak

05/5328 + 05/5329 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 8 juli 2005, 04-1795 & 04-1794 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 5 juli 2006

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 17 februari 2006 heeft de Raad het namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 17 februari 2006 heeft E.A.S. van Diggele als gemachtigde van appellante verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2006. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde

E.A.S. van Diggele. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Buren.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 17 februari 2006 berust hierop, dat het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk is verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig door de Raad zijn ontvangen.

De Raad acht, gelet op hetgeen de gemachtigde van appellante in het verzetschrift en ter zitting heeft aangevoerd, het niet onaannemelijk dat het aanvullend beroepschrift op 25 november 2005, binnen de door de Raad gestelde termijn, in de brievenbus van de Raad is gedeponeerd.

Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 17 februari 2006 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. Wulffraat-van Dijk en M.C.M. van Laar als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2006.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) J.J. Janssen.