Socialezekerheidsrecht
Korting op ziekengeld vanwege overtreding controlevoorschriften.
Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AY2354 · Centrale Raad van Beroep · 28 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2006-ay2354
Zaakgegevens
Op 28 juni 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 28 juni 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 04-4278 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2006:AY2354
Samenvatting
Korting op ziekengeld vanwege overtreding controlevoorschriften.
Uitspraak
04/4278 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 15 juli 2004, 03/3330 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
Datum uitspraak: 28 juni 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.S. van ’t Oor. Betrokkene is niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Aan de aangevallen uitspraak ontleent de Raad de volgende feiten.
“Eiseres, destijds woonachtig op het adres [adres] te [woonplaats], heeft zich op maandag 11 augustus 2003 ziek gemeld voor haar werk via een uitzendbureau. Met ingang van die datum heeft zij uitkering krachtens de Ziektewet ontvangen. Volgens verweerder heeft de rapporteur F. Valentijn op woensdag 13 augustus 2003 getracht een controle-bezoek op genoemd adres af te leggen. Die controle zou zijn mislukt omdat eiseres afwezig zou zijn geweest. In verband hiermee heeft verweerder bij besluit van 2 september 2003 het ziekengeld van eiseres wegens overtreding van de controlevoorschriften gekort met 5% over vier weken. Het hiertegen gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard bij besluit van 28 november 2003. Tegen dit laatste besluit heeft eisers beroep ingesteld.”
De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het besluit van 28 november 2003 (bestreden besluit) gegrond verklaard omdat onvoldoende feitelijke grondslag zou bestaan voor het oordeel van appellant dat betrokkene de controlevoorschriften zou hebben overtreden.
In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank met zijn uitspraak de reeds jarenlang bestaande uitvoeringspraktijk van de Ziektewet, die is gebaseerd op het werken met zogenaamde uitstelberichten, miskent.
De Raad is van oordeel dat het hoger beroep van appellant niet kan slagen en is tot dit oordeel gekomen op grond van de volgende overwegingen.
Ter ondersteuning van de stelling van appellant dat betrokkene de controlevoorschriften heeft overtreden bevindt zich in het dossier slechts een uitstelbericht waarop is ingevuld dat F. Valentijn op 13 augustus 2003 een huisbezoek heeft afgelegd bij betrokkene en dat betrokkene afwezig was. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat een dergelijk, in dit geval ook niet volledig ingevuld, uitstelbericht onvoldoende is om de stelling dat betrokkene de controlevoorschriften heeft overtreden te kunnen onderbouwen. Van een miskenning door de rechtbank van de uitvoeringspraktijk van de Ziektewet is geen sprake, wel van een motiveringsgebrek van het bestreden besluit.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een griffierecht van € 422,- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door M.S.E. Wullffraat-van Dijk als voorzitter en M.C. Bruning en N.J. Haverkamp als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2006.
(get.) M.S.E. Wulffraat-van Dijk.
(get.) J. Janssen.
MH