Socialezekerheidsrecht
Beroep is terecht ongegrond verklaard i.v.m. termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.
Centrale Raad van Beroep, 24 oktober 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0781 · Centrale Raad van Beroep · 24 oktober 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2006-az0781
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2006 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 06/798 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0781
Samenvatting
Beroep is terecht ongegrond verklaard i.v.m. termijnoverschrijding van het bezwaarschrift.
Uitspraak
06/798 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2005, 05/236 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (hierna: College)
Datum uitspraak: 24 oktober 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2006. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door B. Meilof, werkzaam bij de gemeente Hilversum.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
Bij besluit van 27 oktober 2003 heeft het College de over de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 juli 2003 gemaakte kosten van bijstand van appellant teruggevorderd op grond van artikel 82, aanhef en onder a, van de Algemene bijstandswet.
Bij besluit van 30 november 2004 heeft het College het op 8 oktober 2004 tegen het besluit van 27 oktober 2003 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 30 november 2004 ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank - samengevat - overwogen dat het bezwaarschrift na de daarvoor geldende termijn is ingediend en dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de hieraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht ziet de Raad geen aanknopingspunten voor een ander oordeel.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2006.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) S.W.H. Peeters.