Socialezekerheidsrecht
Geheel tegemoetgekomen aan bezwaar.
ECLI:NL:CRVB:2007:BA5425 · Centrale Raad van Beroep · 9 mei 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2007-ba5425
Zaakgegevens
Op 9 mei 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 9 mei 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 06-3030 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2007:BA5425
Samenvatting
Geheel tegemoetgekomen aan bezwaar.
Uitspraak
06/3030 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2006, 05/3061 WW (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
[betrokkene], (hierna: betrokkene).
Datum uitspraak: 9 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2007. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. S.J.M.A. Clerx, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Betrokkene is niet verschenen.
Ter zitting is het onderzoek geschorst.
Bij brief van 3 april 2007 heeft appellant de Raad een nieuw besluit op bezwaar van dezelfde datum doen toekomen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het besluit op bezwaar van 8 december 2004 vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen. Blijkens voormeld besluit van 3 april 2007, waarbij overigens geheel wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar van betrokkene, wordt het besluit van 8 december 2004 niet gehandhaafd.
Dit heeft tot gevolg dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
Van aan de zijde van betrokkene gevallen, voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de Raad niet gebleken.
Gezien het vorenstaande dient te worden beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Bepaalt dat van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een recht van € 428,-- wordt geheven.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J. Rentmeester als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) A.J. Rentmeester.