Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep · Hoger beroep · Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2007:BB1906 · Centrale Raad van Beroep · 10 augustus 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2007-bb1906
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 05-2133 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2007:BB1906
Samenvatting
Weigering WAO.
Uitspraak
05/2133 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 1 maart 2005, 04/3435 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 10 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2007.
Appellant was vertegenwoordigd door mr. De Witte en het Uwv door A.M. Snijders.
II. OVERWEGINGEN
De rechtbank is op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen tot het oordeel gekomen dat het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 8 juli 2004, waarbij is gehandhaafd het besluit appellant per 24 maart 2003 een WAO-uitkering te weigeren, ongegrond is.
Hetgeen appellant in het hoger beroepschrift heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen door hem reeds in beroep is aangevoerd.
Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de grieven van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die grieven niet slagen en waarom voor een onderzoek door een deskundige geen plaats is.
De Raad kan de overwegingen van de rechtbank onderschrijven. Nu door appellant in het hoger beroepschrift geen enkel nieuw gezichtspunt naar voren is gebracht en appellant zijn in beroep verworpen stellingen niet nader heeft onderbouwd, volstaat de Raad met een verwijzing naar de aangevallen uitspraak.
Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting volstaat de Raad met op te merken dat geen sprake is van zogenoemde niet matchende punten, zodat de door de Raad ter zake van die niet matchende punten gevormde jurisprudentie geen nieuw licht op dit geschil werpt.
Het hoger beroep treft mitsdien geen doel en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2007.
(get.) J. Brand.
(get.) N.E. Nijdam.
JL