Socialezekerheidsrecht
Rechtbank heeft het beroep van betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat geen sprake meer was van…
Centrale Raad van Beroep, 2 augustus 2007
ECLI:NL:CRVB:2007:BB2349 · Centrale Raad van Beroep · 2 augustus 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2007-bb2349
Zaakgegevens
Op 2 augustus 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 06-3619 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2007:BB2349
Samenvatting
Rechtbank heeft het beroep van betrokkene terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat geen sprake meer was van een procesbelang.
Uitspraak
06/3619 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de erven en/of rechtverkrijgenden van [betrokkene], (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2006, 04/3671 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 2 augustus 2007
I. PROCESVERLOOP
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld en heeft vervolgens diverse brieven aan de Raad gezonden.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Betrokkene is op 9 december 2006 overleden. Appellanten hebben kenbaar gemaakt de procedure voort te willen zetten.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2007. Appellanten zijn daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.
II. OVERWEGINGEN
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen procesbelang meer zou hebben. Daarbij is overwogen dat de schorsing van het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) van betrokkene welke aanving in februari 2003 is opgeheven in juni 2003 en dat de Svb inmiddels het ouderdomspensioen over het tijdvak van februari 2003 tot en met mei 2003, inclusief de vakantie-uitkering, alsnog aan betrokkene heeft betaald.
De Raad kan zich met dit oordeel verenigen, nu daartegen door appellanten in hoger beroep geen inhoudelijke grieven zijn aangevoerd en de gemachtigde van de Svb ter zitting van de Raad heeft medegedeeld dat alsnog de wettelijke rente aan appellanten vergoed zal worden over de nabetaling van het ouderdomspensioen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A. Kovács als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) A. Kovács.
EK3107
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en présence de A. Kovács en qualité de greffier, ainsi que pronon-cée en public, le 2 août 2007.