Socialezekerheidsrecht

Schatting WAO. Juistheid belastbaarheid. Geschiktheid geselecteerde functies.

Zaakgegevens

Op 29 november 2007 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
29 november 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
05-5678 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2007:BB9156
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Schatting WAO. Juistheid belastbaarheid. Geschiktheid geselecteerde functies.

Uitspraak

05/5678 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2005, 05/380 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 november 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen en Scheers Advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2007. Appellante is, zoals tevoren was bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.

II. OVERWEGINGEN

In geschil is de vraag of het Uwv terecht appellante op 15 maart 2004 voor de toepassing van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ongewijzigd voor 35 tot 45% arbeidsongeschikt acht.

De rechtbank heeft die vraag in de aangevallen uitspraak bevestigend beantwoord.

Hetgeen van de zijde van appellante in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen aanleiding gegeven om anders te oordelen over deze vraag dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gedaan.

Wat betreft de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid zijn van de zijde van appellante in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die twijfel zouden kunnen doen rijzen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv met betrekking tot de belastbaarheid van appellante.

De grief met betrekking tot de "diploma-eis" in de functie van administratief ondersteunend medewerker wordt eveneens door de Raad verworpen. Als functie-eis geldt het bezit van een, niet nader gespecificeerd, diploma van het Middelbaar Beroepsonderwijs in de administratieve richting. Volgens de bezwaararbeidsdeskundige L.G.W. Lind komt dat overeen met opleidingsniveau 4. Appellante heeft een Havodiploma, een Middenstandsdiploma en langdurige ervaring in het bankbedrijf, laatstelijk als medewerker fiattering. Ook heeft zij een op het bankbedrijf toegespitste cursus en een cursus tekstverwerking met succes gevolgd. Volgens de bezwaararbeidsdeskundige Lind komt appellantes opleidingsniveau overeen met niveau 5.

Onder deze omstandigheden acht de Raad de toelichting van Lind waarom de functie voor appellante geschikt is duidelijk en ook overtuigend. Evenals de rechtbank acht de Raad deze functie voor appellante geschikt.

De aangevallen uitspraak komt daarom voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 november 2007.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) J.W. Engelhart.

JL