Socialezekerheidsrecht

Verdiscontering waarde van OV-jaarkaart eerste klasse, voor de aanschaf waarvan werkgever maandelijks een…

Centrale Raad van Beroep, 12 september 2008

Zaakgegevens

Op 12 september 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
12 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07-1031 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2008:BF6465
E-mail

Samenvatting

Verdiscontering waarde van OV-jaarkaart eerste klasse, voor de aanschaf waarvan werkgever maandelijks een vergoeding gaf, in het maatmanloon. Is korting voor gezinsleden voordeel uit dienstbetrekking?

Uitspraak

07/1031 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 3 januari 2007, 06/2289 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 september 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Faber-Speksnijder, werkzaam bij de Stichting Univé Rechtshulp, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2008.

Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. B.R.H. Barendregt.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar van 25 april 2006 (bestreden besluit), waarbij het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant nader heeft vastgesteld naar de klasse van 55 tot 65%, ongegrond verklaard.

1.1. De rechtbank heeft bij haar uitspraak geoordeeld dat de wijze waarop het Uwv de waarde van de OV-jaarkaart eerste klasse, voor de aanschaf waarvan appellant maandelijks van zijn werkgever een vergoeding van € 398,11 ontving, in het maatmanloon heeft verdisconteerd, niet onjuist is.

1.2. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het gegeven dat appellant als houder van een OV-kaart voor gezinsleden tegen een gereduceerde prijs een OV-jaarkaart kon aanschaffen waarmee die gezinsleden gratis (lees: zonder – verdere – bijbetaling) konden reizen, geen voordeel is dat voortvloeide uit de arbeidsovereenkomst tussen appellant en zijn werkgever dat bij de vaststelling van het maatmaninkomen in aanmerking moet worden genomen, maar een voordeel dat door de NS wordt gegeven aan de houders van een OV-jaarkaart.

2. Appellant kan zich niet vinden in de hiervoor onder 1.2 weergegeven overweging van de rechtbank.

3. De Raad kan zich wel vinden in die overweging. Ook naar het oordeel van de Raad is wat die gezinsleden betreft sprake van een voordeel dat appellant genoot als houder van een OV-jaarkaart eerste klasse en niet van een uit dienstbetrekking genoten voordeel. De Raad voegt hier nog aan toe dat het hier aan de orde zijnde voordeel in feite werd genoten door de gezinsleden van appellant; hun voordeel werd geenszins genoten uit de dienstbetrekking van appellant.

4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 september 2008.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) M.C.T.M. Sonderegger.

JL