Socialezekerheidsrecht

De kosten van de door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapporten komen niet voor vergoeding op de voet van…

Centrale Raad van Beroep, 7 november 2008

Zaakgegevens

Op 7 november 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
7 november 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
06-7224 WAO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2008:BG4526
E-mail

Samenvatting

De kosten van de door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapporten komen niet voor vergoeding op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking. Begrip deskundige.

Uitspraak

06/7224 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 november 2006, 06/2827 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 november 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2008, waar appellante - met voorafgaand bericht - niet is verschenen en waar het Uwv was vertegenwoordigd door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

1. In hoger beroep is uitsluitend in geschil de in de aangevallen uitspraak vervatte afwijzing van het verzoek van appellante om vergoeding van de kosten van de door haar ingebrachte rapportage van mevrouw Verhage, directrice van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans.

2. Bij uitspraak van 13 april 2005, LJN: AT4323, heeft de Raad, kort samengevat, overwogen dat de kosten van de door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapporten niet voor vergoeding op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komen. Dit oordeel is door de Raad nadien bij vele uitspraken - waarbij

mr. De Jonge als gemachtigde optrad - herhaald.

2.1. De Raad ziet geen aanleiding in dit geschil tot een ander oordeel te komen.

Het hoger beroep slaagt dan ook niet. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient derhalve te worden bevestigd.

3. Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. Deze beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Lochs als griffier, uitgesproken in het openbaar op 7 november 2008.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) M. Lochs.

MH