Socialezekerheidsrecht

Tijdstip van uitschrijving. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de uitschrijving als student een zaak…

Zaakgegevens

Op 19 december 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07-4614 WSF
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2008:BG8553
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Tijdstip van uitschrijving. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de uitschrijving als student een zaak tussen de onderwijsinstelling en de student, in dit geval appellant. Appellant dient zich dus tot het Friesland College te wenden als hij het niet eens is met de datum van uitschrijving.

Uitspraak

07/4614 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 25 juli 2007, 07/477

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep).

Datum uitspraak: 19 december 2008

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft zijn vader, S. Helder, hoger beroep ingesteld. De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 november 2008.

Appellant is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. drs. K Meijer.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van de IB-Groep van 18 april 2007, waarbij de IB-Groep haar besluit tot beëindiging van de studiefinanciering van appellant per 1 december 2005 en oplegging van een vordering voor de OV-kaart heeft gehandhaafd, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de IB-Groep mag afgaan op het bewijs van uitschrijving van het Friesland College en dus terecht is uitgegaan van het door het Friesland College aangegeven tijdstip van uitschrijving. De IB-Groep was dan ook bevoegd tot herziening van het besluit, waarbij aan appellant studiefinanciering is toegekend. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat het beroep van appellant op het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) niet slaagt.

2. Appellant heeft hiertegen ingebracht dat het Friesland College een fout heeft gemaakt. De juiste datum van uitschrijving is 30 juni 2006. Tegen het besluit van het Friesland College kan hij geen bezwaar maken; er is sprake van strijd met artikel 2 van het IVBPR.

3.1. De Raad overweegt als volgt.

3.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De Raad ziet geen reden anders over deze punten te oordelen dan de rechtbank bij de aangevallen uitspraak heeft gedaan en sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. De Raad voegt daar nog het volgende aan toe.

3.3. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de uitschrijving als student een zaak tussen de onderwijsinstelling en de student, in dit geval appellant. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraken van 15 april 2005 en 12 januari 2007, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder LJN AT4068 en AZ6731. Appellant dient zich dus tot het Friesland College te wenden als hij het niet eens is met de datum van uitschrijving. Voorzover hij meent dat de procedure bij de onderwijsinstelling in strijd is met artikel 2 van het IVBPR kan hij dat aldaar naar voren brengen.

3.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op

19 december 2008.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) A.C. Palmboom.

GdJ