Socialezekerheidsrecht
Intrekking WAO-uitkering per 27 december 2006. Psychische gezondheid. De enkele omstandigheid dat de huisarts…
Centrale Raad van Beroep, 20 februari 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BH3711 · Centrale Raad van Beroep · 20 februari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bh3711
Zaakgegevens
Op 20 februari 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 februari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-5279 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BH3711
Samenvatting
Intrekking WAO-uitkering per 27 december 2006. Psychische gezondheid. De enkele omstandigheid dat de huisarts na de beëindigingsdatum een kalmerend middel in de laagste dosering heeft voorgeschreven, vormt onvoldoende reden tot twijfel aan de juistheid van het oordeel van de (bezwaar-)verzekeringsarts. Het door appellante overgelegde psychologische rapport van de gemeente is gedateerd op 11 november 2008.
Uitspraak
07/5279 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch van 17 juli 2007, 07/186, (de aangevallen uitspraak)
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. F.A. de Leeuw, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld en een psychologisch rapport ingezonden.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden en een verzekeringsgeneeskundige reactie op het door appellante ingezonden psychologische rapport.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 9 januari 2009. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. De Leeuw. Namens het Uwv is verschenen drs. C.L. Schuren.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op 8 december 2006 door het Uwv bekend gemaakte besluit. Hierbij heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 26 juli 2006 tot de intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 27 september 2006. De reden voor de beëindiging is dat appellante met gangbare arbeid ten minste 85% van haar geïndexeerde loon als parttime schoonmaakster kan verdienen.
2. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het besluit van 8 december 2006 vernietigd, omdat dat besluit pas in beroep afdoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen ervan in stand laten gelaten.
3. De Raad gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde, door partijen niet bestreden feiten.
4. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat haar psychische toestand aan iedere vorm van loonvormende arbeid in de weg staat.
5.1. De Raad onderschrijft de aanvaarding door de rechtbank van de medische grondslag van het bestreden besluit. De (bezwaar-)verzekeringsarts heeft in verband met de psychische gezondheid van appellante beperkingen voor het verrichten van arbeid aangenomen. Dat oordeel is kenbaar beredeneerd. Dat haar medische beperkingen hiermee zijn onderschat heeft appellante niet met medische stukken onderbouwd.
5.2. De enkele omstandigheid dat haar huisarts na de beëindigingsdatum aan appellante een kalmerend middel in de laagste dosering heeft voorgeschreven, vormt onvoldoende reden tot twijfel aan de juistheid van het oordeel van de (bezwaar-)verzekeringsarts.
5.3. De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met beperkingen in verband met depressieve klachten. Het door appellante overgelegde psychologische rapport is opgesteld in opdracht van de gemeente Helmond en is gedateerd op 11 november 2008. De conclusies van het rapport zijn gebaseerd op de toen afgenomen testresultaten en zijn reeds daarom van onvoldoende gewicht om te twijfelen aan de door het Uwv gehanteerde medische beperkingen.
6. In beroep heeft het Uwv voldoende toegelicht dat de functies voor appellante geschikt zijn. De Raad ziet aanleiding om de aangevallen uitspraak te bevestigen.
7. Voor een kostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2009.
(get.) R.C. Stam.
(get.) A.C. Palmboom.
KR