Socialezekerheidsrecht
Toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering. Medisch onderzoek zorgvuldig. Beperkingen vastgesteld in verband met…
Centrale Raad van Beroep, 27 februari 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BH4451 · Centrale Raad van Beroep · 27 februari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bh4451
Zaakgegevens
Op 27 februari 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 februari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-3491 WAO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BH4451
Samenvatting
Toekenning gedeeltelijke WAO-uitkering. Medisch onderzoek zorgvuldig. Beperkingen vastgesteld in verband met zijn rug- en nekklachten. Geschiktheid geduide functies.
Uitspraak
07/3491 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 mei 2007, 06/1377 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 februari 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op 15 mei 2008 is namens appellant nadere medische informatie overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 januari 2009. Namens appellant is verschenen zijn gemachtigde, de heer Reeser. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 20 oktober 2005 heeft het Uwv aan appellant met ingang van 11 juli 2005 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Bij besluit van 21 februari 2006, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 oktober 2005 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank onderschreef - kort gezegd - de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellant in essentie dezelfde gronden als in bezwaar en eerste aanleg naar voren gebracht. Deze gronden komen erop neer dat appellant zich meer beperkt acht dan door het Uwv en de rechtbank is aangenomen. Tevens is appellant van mening dat hij met zijn klachten de geduide functies niet kan verrichten.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad is, net als de rechtbank, van oordeel dat de beperkingen van appellant, op basis van een zorgvuldig verricht medisch onderzoek, niet onjuist zijn vastgesteld. De verzekeringsarts die op 23 augustus 2005 het primaire medische onderzoek heeft verricht, heeft appellant beperkt geacht in verband met zijn rug- en nekklachten. De Functionele Mogelijkheden Lijst bevat beperkingen in de rubrieken aanpassing aan fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en statische houdingen. Bezwaarverzekeringsarts M.E.J. van Hooff heeft, rekening houdende met de overgelegde informatie van neuroloog dr. E.A.C.M. Sanders, het bezwaarschrift en de informatie uit de hoorzitting, de conclusie van de desbetreffende verzekeringsarts onderschreven. Van aanknopingspunten in objectief-medische zin op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat appellant ten tijde van de datum in geding meer beperkt was dan het Uwv heeft aangenomen, is ook de Raad niet gebleken. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die een ander licht werpen op zijn gezondheidstoestand op het tijdstip dat in geding is.
4.3. Wat de arbeidskundige beoordeling betreft, is de Raad van oordeel dat appellant, gelet op de voor hem vastgestelde beperkingen, op de datum in geding in staat moet worden geacht tot het uitoefenen van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies van machinaal metaalbewerker (sbc-code 264122), productiemedewerker industrie (sbc-code 111180) en telefonist/receptionist (sbc-code 315120). Voorts overweegt de Raad dat door bezwaararbeidsdeskundige W.L. Wijngaards, in bezwaar, genoegzaam is toegelicht waarom deze functies voor appellant in medisch opzicht geschikt kunnen worden geacht. Naar het oordeel van de Raad is er geen reden om de bevindingen van de bezwaararbeidsdeskundige niet zorgvuldig of niet juist te achten.
4.4. Uit het overwogene in 4.2 en 4.3 vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) T.J. van der Torn.
JL