Socialezekerheidsrecht
Toekenning schadevergoeding ter hoogte van de wettelijke rente van € 3.416,73 in verband met een nabetaling…
Centrale Raad van Beroep, 3 juni 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BI9733 · Centrale Raad van Beroep · 3 juni 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bi9733
Zaakgegevens
Op 3 juni 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 3 juni 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08-3262 WW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BI9733
Samenvatting
Toekenning schadevergoeding ter hoogte van de wettelijke rente van € 3.416,73 in verband met een nabetaling van een uitkering ingevolge de WW. Gezien de berekeningsgegevens heeft een juiste vaststelling van de vertragingsrente plaatsgevonden.
Uitspraak
08/3262 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 mei 2008, 07/3780 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 3 juni 2009.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 17 augustus 2008 heeft appellant een aanvulling gegeven op zijn hoger beroepschrift.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.R. Abdoelhak.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
2. Bij besluit van 25 mei 2007 is aan appellant in verband met een nabetaling van een uitkering ingevolge de WW met ingang van 1 mei 2003 een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van de wettelijke rente van € 3.416,73 toegekend. Het tegen dit besluit door appellant ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 10 oktober 2007, het bestreden besluit, ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij overwogen dat gezien de berekeningsgegevens een juiste vaststelling van de vertragingsrente heeft plaatsgevonden.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv onderschreven.
4. In hoger beroep heeft appellant het oordeel van de rechtbank bestreden. Appellant heeft zijn stellingen zoals in bezwaar en in eerste aanleg naar voren gebracht herhaald.
5. De Raad, oordelend over de aangevallen uitspraak, overweegt als volgt.
5.1. De Raad stelt zich, gelet op de zich onder de gedingstukken bevindende gegevens, achter het oordeel van de rechtbank en de door haar aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen.
5.2. Met betrekking tot hetgeen in hoger beroep door appellant naar voren is gebracht volstaat de Raad ermee te verwijzen naar hetgeen de rechtbank daaromtrent heeft vastgesteld en overwogen nu de Raad het oordeel van de rechtbank onderschrijft.
5.3. Het vorenstaande leidt er toe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2009.
(get.) H.G. Rottier.
(get.) P. Boer.
BvW