Socialezekerheidsrecht
Vervallenverklaring. Zie LJN: BM3478, 24-03-2010 met de uitspraak op het hoger beroep.
Centrale Raad van Beroep, 16 september 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9442 · Centrale Raad van Beroep · 16 september 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bj9442
Zaakgegevens
Op 16 september 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 september 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-3196 Wvg-Vervallenverklaring
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9442
Samenvatting
Vervallenverklaring. Zie LJN: BM3478, 24-03-2010 met de uitspraak op het hoger beroep.
Uitspraak
07/3196 Wvg-Vervallenverklaring
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
tot vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 5 september 2008, 07/3196.
Partijen:
1. [Naam appellant] namens wijlen [betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)
en
2. het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel (hierna: College).
Datum uitspraak: 16 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Als gemachtigde van [naam dochter], heeft P.A. van de Ven de Raad bij brief van 15 december 2008 (ontvangen bij faxbericht van 25 maart 2009) medegedeeld van mening te zijn dat bij de totstandkoming van de uitspraak van 5 september 2008 (07/3196 WVG) ten onrechte [Naam appellant] als appellant en niet [naam dochter] als appellante is aangemerkt. Om die reden heeft P.A. van de Ven verzocht om wijziging dan wel herziening van de uitspraak.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een mogelijke vervallenverklaring van die uitspraak.
Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.
II. OVERWEGINGEN
De Raad heeft na behandeling van het geschil ter zitting van 5 september 2008 bij mondelinge uitspraak de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigd. Daarbij is onder meer overwogen dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat de rechtsbijstand in de bezwaarfase is verleend door de dochter van wijlen [betrokkene], [naam dochter], en dat er mitsdien geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van artikel 1, sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Vastgesteld moet echter worden dat de Raad ten onrechte de echtgenoot van wijlen [betrokkene], [Naam appellant], als appellant en niet de dochter van wijlen [betrokkene], [naam dochter], als appellante heeft aangemerkt.
De Raad ziet hierin aanleiding die uitspraak vervallen te verklaren.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 5 september 2008 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart de uitspraak van 5 september 2008, 07/3196, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2009.
(get.) R.M. van Male.
(get.) C. de Blaeij.
RB