Socialezekerheidsrecht
Weigering aanvraag voor vergoeding van de kosten van acupunctuur, fysiotherapie, een haarprothese…
ECLI:NL:CRVB:2009:BK3880 · Centrale Raad van Beroep · 5 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bk3880
Zaakgegevens
Op 5 november 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 5 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08-3364 AOR
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BK3880
Samenvatting
Weigering aanvraag voor vergoeding van de kosten van acupunctuur, fysiotherapie, een haarprothese, behandelingen bij Arthro-kinematika & I.P.C. en het medicijn metamucil. In de voorhanden zijnde gegevens van medische aard, waaronder ook rapporten in het kader van een soortgelijke aanvraag van appellant in het kader van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van verweerster dat de voet- , rug- en rechterknieklachten en de kaalheid van appellant niet in het vereiste verband staan met zijn oorlogservaringen. Ditzelfde geldt voor zijn darmklachten, voortkomend uit een spastische dikke darm, klachten die berusten op een constitutionele basis. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht die zijn standpunt ondersteunen.
Uitspraak
08/3364 AOR
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 5 november 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 27 mei 2008, kenmerk 4053/CAOR, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), hierna: bestreden besluit.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2009. Appellant is niet verschenen, zoals tevoren was gemeld. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.G. Belleflamme en mr. R.M.L.J. Gielen, werkzaam bij de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Ten aanzien van appellant, geboren in 1929 in het voormalige Nederlands-Indië, is bij besluit van verweerster van 24 augustus 2006 aanvaard dat hij psychische klachten heeft als gevolg van internering tijdens de zogenoemde Bersiap-periode, welke als oorlogsletsel in de zin van de AOR moeten worden aangemerkt. Hierbij is aan hem vanaf
1 maart 2006 vrije geneeskundige behandeling ter zake van dit oorlogsletsel toegekend, voor zover de kosten niet of niet volledig door de ziektekostenverzekeraar worden vergoed.
1.2. In december 2007 heeft appellant een aanvraag ingediend voor vergoeding van de kosten van acupunctuur, fysiotherapie, een haarprothese, behandelingen bij Arthro-kinematika & I.P.C. en het medicijn metamucil. Hierop is afwijzend beslist bij besluit van 16 januari 2008, na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit.
2. In beroep heeft appellant zijn in bezwaar ingenomen standpunt herhaald dat ook zijn fysieke klachten gerelateerd zijn aan zijn oorlogservaringen.
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. In de voorhanden zijnde gegevens van medische aard, waaronder ook rapporten in het kader van een soortgelijke aanvraag van appellant in het kader van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van verweerster dat de voet- , rug- en rechterknieklachten en de kaalheid van appellant niet in het vereiste verband staan met zijn oorlogservaringen. Ditzelfde geldt voor zijn darmklachten, voortkomend uit een spastische dikke darm, klachten die berusten op een constitutionele basis. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht die zijn standpunt ondersteunen. Verweerster heeft bij het bestreden besluit dan ook terecht geweigerd de verzochte voorzieningen te vergoeden.
4. Gezien het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wetbestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M. Lammerse.
HD