Socialezekerheidsrecht
Weigering WAJONG-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Centrale Raad van Beroep, 10 december 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BK6381 · Centrale Raad van Beroep · 10 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2009-bk6381
Zaakgegevens
Op 10 december 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/2357 WAJONG
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BK6381
Samenvatting
Weigering WAJONG-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Uitspraak
08/2357 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 27 maart 2008, 07/841 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend met daarbij gevoegd een commentaar van
22 mei 2008 van bezwaararbeidsdeskundige L.F.M. Morsink.
Vervolgens heeft appellant bij brief van 26 juli 2008 een aantal medische stukken ingestuurd.
Op 30 september 2009 heeft J.H.M. Stevens zich als gemachtigde van appellant gesteld en heeft hij de hoger beroepsgronden aangevuld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2009. Appellant en zijn gemachtigde zijn verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. D.H. Harbers.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op 17 november 2006 heeft appellant, geboren op 16 september 1987, een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) aangevraagd.
1.2. Bij besluit van 22 januari 2007 heeft het Uwv geweigerd appellant met ingang van 16 september 2005 een Wajong-uitkering te verstrekken. Bij besluit van 10 juli 2007 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 22 januari 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.
3.1. In hoger beroep heeft appellant zijn in beroep aangevoerde gronden herhaald.
3.2. Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak.De beschikbare informatie van medisch aard wijst er niet op dat voor appellant andere dan wel verdergaande beperkingen hadden moeten worden aangenomen. Van de kant van appellant zijn in beroep, noch in hoger beroep medische gegevens ingebracht die daarop wijzen. De (bezwaar)verzekeringsarts heeft alle ingediende medische informatie beoordeeld en hij heeft uitvoerig gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om het verzekeringsgeneeskundig standpunt te wijzigen. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige in te schakelen. Aan de eigen mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand kan de Raad dan ook niet dat gewicht toekennen dat appellant daaraan gehecht wil zien.
3.3 Aldus ervan uitgaande dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is te achten, heeft de Raad evenmin grond om de arbeidskundige grondslag niet als juist te aanvaarden.
4. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2009.
(get.) J.P.M. Zeijen.
(get.) A.C.A. Wit.
IvR