Socialezekerheidsrecht
Geen gronden ingediend. Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep.
Centrale Raad van Beroep, 2 februari 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BL1762 · Centrale Raad van Beroep · 2 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2010-bl1762
Zaakgegevens
Op 2 februari 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-4529 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BL1762
Samenvatting
Geen gronden ingediend. Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep.
Uitspraak
09/4529 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 juni 2009, 08/4700 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij brief van 14 augustus 2009 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Bij brief van 10 september 2009 heeft de gemachtigde van appellante om uitstel verzocht voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust.
Bij schrijven van 17 september 2009 heeft de Raad dit verzoek ingewilligd en de termijn voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust verlengd tot en met
9 oktober 2009.
Bij zowel fax als bij brief van 9 oktober 2009 heeft de gemachtigde van appellante nogmaals om uitstel van vier weken verzocht voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust.
Bij aangetekend schrijven van 13 oktober 2009 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.
Bij zowel fax als bij brief van 6 november 2009 heeft I.T. Martens, voornoemd, laten weten niet langer als gemachtigde voor appellante te zullen optreden.
Bij schrijven van 9 november 2009 is appellante verzocht de Raad te berichten of zij het hoger beroep al dan niet wenst voort te zetten. Tevens is appellante erop gewezen dat in geval van voortzetting van het hoger beroep binnen vier weken de gronden waarop het hoger beroep berust in te dienen.
Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 10 december 2009 is aan appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.
De brief van 10 december 2009 is bij de Raad op 5 januari 2010 retour ontvangen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit controle van de GBA van de gemeente Stampersgat blijkt dat de brief naar het juiste, door de heer I.T. Martens vermelde, adres is verzonden. Deze brief is op 5 januari 2010 nogmaals verzonden, zowel per aangetekende als per gewone post.
Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2010.
(get.) J.J.A. Kooijman.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
IJ