Socialezekerheidsrecht

Ter uitvoering van de uitspraak van de Raad een nieuwe beslissing op bezwaar genomen met betrekking tot de…

Centrale Raad van Beroep, 27 januari 2010

Zaakgegevens

Op 27 januari 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
27 januari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-2183 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BL6955
E-mail

Samenvatting

Ter uitvoering van de uitspraak van de Raad een nieuwe beslissing op bezwaar genomen met betrekking tot de invordering van verschuldigde eigen bijdrage inzake de AWBZ. De Raad is van oordeel dat verzekeringsmaatschappij, uitgaande van de uitspraak van de Raad van 17 oktober 2007, in redelijkheid heeft kunnen komen tot matiging van de vordering onder aanbieding van een betalingsregeling voor dit resterende bedrag.

Uitspraak

P R O C E S – V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak op 27 januari 2010

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

meervoudige kamer

Zitting hebben: G.M.T. Berkel-Kikkert als voorzitter en H.C.P. Venema en M.I. ’t Hooft als leden.

Griffier: J. Waasdorp.

3e zaak, reg.nr. 09/2183 AWBZ

Inzake: de erven van [betrokkene], verschenen bij [gemachtigde],

tegen

Delta Lloyd Zorgverzekering NV, verschenen bij gemachtigde mr. K.T.K. Staffhorst.

Bij besluit van 2 januari 2008 heeft Delta Lloyd Zorgverzekering NV (hierna: DL) ter uitvoering van de uitspraak van de Raad van 17 oktober 2007 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen met betrekking tot de invordering van de door de erven van wijlen mevrouw [betrokkene] verschuldigde eigen bijdrage van € 23.974,92.

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij uitspraak van 5 maart 2009 ongegrond verklaard.

De Raad is van oordeel dat DL, uitgaande van de uitspraak van de Raad van 17 oktober 2007, in redelijkheid heeft kunnen komen tot matiging van de vordering van € 23.974,92 tot een bedrag van € 4.766,18 onder aanbieding van een betalingsregeling voor dit resterende bedrag.

Voor zover het besluit van 2 januari 2008 geen gerichte onderbouwing van het bedrag van € 4.766,18 bevat, passeert de Raad dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, nu ter zitting van de Raad voldoende is verduidelijkt hoe tot dit bedrag is gekomen.

De Raad beslist daarom als volgt:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 27 januari 2010

De griffier. De fungerend voorzitter.

J. Waasdorp G.M.T. Berkel-Kikkert

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep.

SG